Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kind, fluisterde de non op een toon, die Ilelene getroost zou hebben, had zij dat geluid vol deernis kunnen vernemen, maar het drong niet in den nacht door die haar omgaf. Zij hoorde noch dien toon, noch de vele vragende stemmen, die nu om haar heen begonnen te weerklinken; zij zag noch de verwonderde blikken der zusters, die nieuwsgierig kwamen toesnellen, noch die beide oogen vol liefde die zoo zorgend op haar rustten ; voor haar was alles duisternis en zwijgen.

Het duurde lang eer dat donker week. Vele dagen en nachten zat de verpleegster, wier zachte hand haar verzorgde, in angstigen twijfel bij haar legerstede, zonder dat zij wist wie het was die in den zwaren strijd tusschen leven en dood over haar waakte. Wel was de gevoelloosheid der eerste uren voorbijgegaan, maar haar van koortsgloed brandende oogen bleven voor al wat haar omringde gesloten, en slechts de gedaanten harer verbeelding lokten soms een enkel afgebroken woord van haar lippen. De overspanning, door kommer, vrees, zelfbedwang en hartstocht teweeg gebracht, wreekte zich; een hevige ziekte greep haar aan.

Maar de kracht der jeugd overwon het gevaar. Het bewustzijn keerde terug, zij zag met de vragende uitdrukking van iemand, die uit een lange verdooving ontwaakt, in het rond en vroeg verwonderd: »waar ben ik?"

•Bij vrienden, die voor u willen zorgen," antwoordde zuster Klara. «Vrienden?" op verbaasden, twijfelenden toon herhaalde Ilelene dat woord; haar blik rustte op de vreemde omgeving; »hoe kom ik hier?" vroeg zij, maar, als viel haar van zelf het antwoord in, kwam een angstige trek over haar gelaat. »Ik moet verder," zeide zij snel. «Neen mijn kind, gij zijt in veiligheid."

liet was of de vrede in het geheele wezen der non zijn invloed op de kranke oefende, langzaam verdween die bange uitdrukking, zij liet het hoofd weer achterover zinken en vroeg: «zal men mij niet van hier weghalen?"

«Gij kunt blijven zoolang gij wilt."

Een glimlach van blijde rust omspeelde Helene's lippen; »dan is het goed," fluisterde zij, «zeer goed." Zij sprak niet verder en ook zuster Klara zweeg, met vreugde bemerkend hoe de eerste kalme slaap op de moede oogen dei- zieke daalde.

\ an nu aan vorderde de herstelling ras. Eenige dagen van de rust, die met de verzekering harer verpleegster in het tot nog toe zoo angstige hart der jonge vrouw was ingekeerd, gaven haar kracht genoeg om haar leger te verlaten, en de eerste stralen der lentezon zagen haar wel bleek en vermoeid, maar toch genezen, in de kleine, vriendelijke kloosterkamer, die haar een toevlucht geboden had.

Sluiten