Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spreken van beloonde verdiensten hem enkel als snijdende ironie; het bloed steeg naar zijn gelaat, en hij had al zijn geoefende zelfbeheersching noodig om een woord van holfelijken dank te vinden. De eer, waarop Vargas en Nivelde gezinspeeld hadden, was hem niet onverschillig; wat het streven van jaren uitmaakte wordt niet plotseling met minachting weggeworpen, en de oorspronkelijke bestanddeelen van een karakter wijken voor een diep leed zoo min als de harde steen, door zware hamerslagen bewerkt, ophoudt steen te zijn ; maar toch, ze hadden veel in hem gebroken, die slagen van het lot. Ilij was zeer veranderd in de laatste weken van wanhoop en zelfverwijt; de hooge gestalte, al richtte hij ze in 't bijzijn van vreemden op, was gebogen, de trekken waren verouderd, de neergeslagen blik onzeker; hij was nog de graaf van Viale met al zijn wenschen van grootheid en aanzien, hij was nog zich zelf, en toch hoe ongelijk aan wat hij vroeger was. Nog wilde hij uit den beker der eer drinken, maar alleen vergetelheid, geen vreugde wachtte hij meer van zijn teugen.

Een bediende stoorde de mijmering, waarin hij na het afscheid zijner gasten vervallen was, met het bericht dat een geestelijke zuster zijn gebieder dringend verlangde te spreken.

»Een geestelijke zuster?" de graaf zag verwonderd op, doch om't even, elk bezoek was thans een afleiding; »laat haar komen," zeide hij haastig, en weinige oogenblikken later stond zuster Klara in het sombere vertrek, voor den man dien zij zoo hartstochtelijk had bemind en dien zij onder zoo droeve omstandigheden moest weerzien. Er is meestal iets weemoedigs in zulke ontmoetingen na jaren van scheiding; de gezichten zien elkaar terug en vinden niet meer de oude trekken, het oog dat naar de afgebroken geschiedenis van een bestaan vorscht, eens nauw met het zijne verbonden, leest een vervolg, geheel anders dan zijn verwachtingen zich dat doen voorstellen, en het ziet uit den blik, dien het ontmoet, dezelfde gewaarwording spreken. Het beeld van dat verleden, dat in de herinnering bewaard bleef, zinkt plotseling ineen, de bloem en de kracht der jeugd zijn verdwenen, en helaas ook de hoop en de verwachtingen der jeugd. Zelfs het gelukkigste leven wordt zelden wat het eens hoopte te worden, en het voelt in die uren van weerzien een grievende teleurstelling. Hoe moest dan niet de vrouw voelen, voor wie hier alles van bedrogen illusie sprak, hier waar schuld en leed het eenige was, dat zuster Klara in de woning van hem ontving, wiens gelukkige echtgenoot Agnete van Arnemuiden eenmaal gehoopt had te worden.

»Gij hebt mij willen spreken, eerwaarde zuster," met die woorden begon Viale het gesprek.

Sluiten