Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De non sloeg haar sluier terug; een gevoel van diepe ontroering had zich bij het geluid der welbekende stem van haar meester gemaakt, maar op haar trekken was alleen stille ernst te lezen, en hun kalme schoonheid wekte bij den graaf geen gedachte op aan al het leed, dat hij eens er in gebracht had. Hij herkende haar niet, en toch met hèm vergeleken scheen zij nauwelijks veranderd. Met huiveiing bijna zag zij het werk, dat zijn hartstochten meer dan zijn jaren aan hem verricht hadden. O, toen zij, geloof hechtend aan het gerucht dat hij zelf verspreidde, hem als dood beweend had, kenden hare tranen den jammer nog niet, waarom zij moesten vloeien; nu eerst zag zij wat hier geleden was, las zij die geheele taal van smart en wroeging in de zware rimpels van het voorhoofd, in den pijnlijken trek om de lippen.

Haai stem beefde toen zij aanhief; »gij hebt voor korten tijd een zoon verloren, graaf van Viale."

De hier niet verwachte herinnering aan zijn leed scheen den ongelukkigen man diep te schokken. Hij bedekte zijn gelaat met de hand, als wilde hij zijn aandoening verbergen, en sprak bijkans onverstaanbaar: »ja, een zeer geliefden, jeugdigen zoon."

Het kostte zuster klara moeite voort te gaan; zij wist dat haar woorden hem veel smart zouden baren, en zij zag hoe diep hij reeds nu leed. Doch zij verzamelde al haar kracht en zeide: »ik moet wonden in uw hart aanraken, die ik weet dat diep en pijnlijk zijn, en het schijnt wreed dit nu te doen, waar pas een zoo groote beproeving u trof, ik voel dit, en toch, zoo er ooit een tijd kon wezen, waarin ik u met hoop naderde, waarin ik het liefst tot u kwam, dan is het deze. Graaf van Viale, gij treurt om een geliefden zoon; gij hebt aan een onherstelbaar verlies leeren voelen, wat dit gemis zeggen wil; o laat de smart uw raadsman zijn, waar het een nog te herstellen verlies geldt. Uw 1' rank wordt door geen rouw u teruggegeven, maar er is een eenzaamheid waarvoor de smart om hem u behoeden kan, het is om haar dat ik tot u kom, het is voor den van u gevluchten, maar nog levenden...

»Wat meent gij?" Viale viel haar met schrik in de rede, »van wien spreekt gij?"

»\ an uw zoon, van Edward, den eenige die u gebleven is, en die u zal kunnen helpen de smart, waaronder gij gebogen gaat, te dragen."

»Mijn zoon! noemt reeds de wereld hem zoo?" riep de graaf op

hevig ontroerden toon, »ik zeg u "

Het woord, misschien een verloochening, stierf op zijn lippen. Er zijn oogenblikken, waarop zelfs de minst ware mensch geen leugen

Sluiten