is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat zelfverwijt is? Neen, rampzaligheid nam mijn dagen in en wroeging mijn nachten. De zoon, voor wien ik gewerkt heb, mijn schoone, reine knaap, waar is hij thans? ach, ik moest hem vreezen, hij was te rein voor mij, en toch hoe trotsch was ik op hem, hoe hoopte, hoe leefde ik in zijn toekomst! Wat is er nu over van al die verwachtingen? Op het kerkhof rust mijn leven, de nacht van het graf dekt mijn licht. Ik ben gestraft, zwaar gestraft." Hij bedekte het gelaat en vervolgde heviger: «maar de schande wil ik niet dat over mij zal komen; men zal niet op mij wijzen, roepende: zie, daar gaat de man, die gezondigd heeft; ik wil als een eenzame leven en als een rampzalige sterven, maar geen vernederde wil ik zijn. Het was wreed van Edward; verwijten, opofferingen, alles had ik willen diagen; waarom liet hij mij tusschen oneer of liefde kiezen ? waarom wil hij mij vernederen voor het oog der menschen?"

«Hij wilde het niet, hij heeft gezwegen."

«Hij ging tut mijn vijanden; voor den duursten prijs alleen schenkt hij mij zijn zwijgen. Ik kan hem niet erkennen, mijn geslacht moet onbevlekt blijven hij trachtte zich nog eens aan zijn hoogmoed vast te klemmen, maar zijn ijdele steun ontzonk hem — »o God, ik heb hem te lief, ik kan hem niet in zijn verderf zien gaan, en ik kan hem niet redden," riep hij met bezwijkende stem.

Zuster Klara voelde haar hart in medelijden smelten. De trots, die alles aan liet behoud van een aanzienlijken naam opolïert, moest haar, die zelfs geen eigen naam meer dragen mocht, met bevreemding treilen, maar zij zag het leed en vroeg in haar erbarmen niet naar de oorzaak. »Ja, gij kunt hem redden," hernam zij, «want hij kan door liefde gered worden, en uw hart heeft hem lief. Durf u slechts uiten. Vergeet den graaf van Viale en wees weder Karei de Brénis, de man die Johanna Rovene beminde, en die een vader wil zijn voor haar zoon. Viale, zullen de lippen, welke het laatste woord van den mond opvingen, die uwe belofte van eeuwige trouw beantwoordde, vruchteloos smeeken?"

Zij stond voor den machtigen edelman, aan wiens voeten zich honderden sidderend neerwierpen, de zwakke, eenzame vrouw, en het ongehoorde had plaats: Viale, de hoogmoedige Viale wien geen oog zich nog had zien vernederen, boog zich voor de grootheid in die eenvoudige gestalte, die ernstig vermanend voor hem stond. «Agnete, zeide hij, «welke engel Gods raakte uw gemoed aan, dat het niets kent van den geest des kwaads, die over de harten heengaat en ze koud en zelfzuchtig maakt? zeg mij zijn naam, opdat ik bidden moge, dat hij zijn hand op mijn hart legge en mij beter make, want ik voel thans mijn gansche ellende."