Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ilaar oog zag hem niet dien blik aan, die alle donkere afgronden der ziel scheen te peilen, maar niet om zich huiverend daarvan af te wenden, neen om zelfs in die duisternis licht te brengen, en zij sprak : »de engel, die mij bijstond, heet liefde en zijn gebod vergiffenis."

Nog streed in de borst van den graaf (Je geest des kwaads tegen dien engel des lichts. Hij had zijn geheele leven aan den moloch der eer ten offer gebracht, het viel hem zwaar van de bezittingen afstand te doen, die voor zoo duren prijs waren gekocht. «Onteerd zijn in de oogen der mensehen!" sprak hij, »o God, hoe zwaar is uw eisch."

«Herstel uw schuld, en men zal naar vergeten."

»Ten koste van naam en aanzien."

»Neen, Viale, alleen ten koste van uw hoogmoed. Ik weet, er zullen zijn, die zich van u afkeeren en u harde woorden toewerpen, maar velen zullen meer op uw berouw dan op uw misdaad zien; en al ware dit zoo niet, al zou de geheele wereld tegen u strijden, de vrede in uw binnenste is meer dan aller gunst. Denk aan het verleden; weer plaatst het lot u voor de twee wegen, waarvan de een liefde en de andere trots heet; zult gij weder de keus doen die u rampzalig maakte ?"

«Nooit!" een kreet van afschuw perste dat woord uit zijn borst, en hij huiverde als zag hij inderdaad dat oogenblik, waarop hij zijn weg van schuld en eenzaamheid begonnen had, weer voor zich.

De non had gezegevierd. Die herinnering aan het verleden was sterker dan Yiale's hoogmoed, en het hoofd met onderwerping buigend, sprak hij droevig, maar zonder aarzelen: »ja, Agnete, hij zal mijn zoon wezen, ik wil hem erkennen."

Oneindige blijdschap straalde van zuster Klara's gelaat. De man, dien zij eens zoo vurig had bemind, was bij al zijn dwalingen, al zijn zonden, toch niet die hopeloos verlorene, waartoe zijn doen hem scheen te maken; het vertrouwen harer liefde, dat zijn schuld nooit geheel had kunnen verstikken, was niet beschaamd. Tranen van zaligheid vulden haar oogen, terwijl zij met ontroerde stem fluisterde: «Moge God en de heilige jonkvrouw u zegenen voor het offer, dat gij thans brengt."

De graaf zag haar aan, haar, wier geheele leven opoffering geweest was, en hij antwoordde bewogen: ȟ moeten zij zegenen, want gij zijt het die mijn hart gewend hebt, dat het tegen zijn eigen voornemens gekeerd is en zijn kracht gebroken werd."

«Niet zijn kracht, zijn zwakheid."

Kostte het den trotschen man moeite dat te beamen? Zijn gelaat teekende een bangen tweestrijd, maar dan sloeg hij de oogen, waarin

Sluiten