Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

partijgenooten hem geheel onvatbaar voor hun invloed zouden rekenen, en hij antwoordde dus zonder wrevel: »het heeft mij zooveel strijd gekost de brug tusschen mij en het verleden af te breken, dat ik die nimmer opnieuw zal slaan. Als men mij dus zulke voorstellen van onderwerping gedaan had, zou ik ze hebben afgewezen, doch men heeft geweten, dat het vergeefs zou zijn, en mijn vastheid nooit op de proef gesteld."

Er is soms een eigenaardige ironie in het lot. De man, dien men, toen hij niet dan twijfeling en aarzeling kende, voor een vast Katholiek had gehouden, moest, nu zijn overtuiging nooit meer wankelen kon, zich tegen de onderstelling, dat hij lauw en weifelend zou worden, verdedigen. De vreemden, die in het gemoed evenals in de geschiedenis de tijdperken alleen wanneer zij voorbij zijn goed kunnen leeren kennen, beoordeelden hem naar zijn verleden, sedert het besluit, waarmee voor hem de dagen van onzekerheid geëindigd waren, hun voor het eerst had verraden hoe hij moest geaarzeld en gestreden hebben.

Ook zijn nieuwe krijgsmakker voelde niet fijn genoeg om hem deze herinneringen te sparen, hij vervolgde: »nu gij zult de proef nog wel moeten doorstaan, Viale zal later wel zijn best bij u doen."

Later, — het was thans een vreemd woord. »Zoudt gij denken, dat ik nog zooveel tijd voor mij hadt?" vroeg Edward dan ook; »wie weet of ik den dag van morgen zal beleven? en gij wilt albeschikkingen maken voor dien van overmorgen; mij dunkt, wij hebben tegenwoordig geen verschiet."

»Het is waar; een akelige gedachte, zooals wij tegenwoordig met den dood leven."

Melville rnoest onwillekeurig aan Reinouts gezegde denken, dat de waarheid altijd treurig is, maar op dit oogenblik scheen zij hem niet droevig. Ilij had zoo weinig gebruik meer van den tijd te maken, dat hij ook geen tijd meer vroeg. Eenige minuten reden beiden zwijgend voort; de herinnering aan Meerwoude had een nieuwen stroom van denkbeelden in Edward ontboeid. Hij wist dat de edelman gevallen was; de tijding van diens dood had nog eens al de gevoelens van zijn hart in beweging gebracht, maar het verleden, dat met Reinouts naam ook nu voor hem oprees, had met dit einde zijn wrok verloren. Het bericht van den dood zijns vijands had den laatsten hartstocht van hem weggenomen, die niet aan zijn vaderland gewijd was; hij kon nu met dien blik op het verleden terugzien, dien het oog alleen dan aanneemt, wanneer het op den strijd staart nadat de overwinning behaald is. Wat Helene's lot was, hij wist het niet; maar er was in zijn gemoed nooit een enkele gedachte opgekomen,

Sluiten