Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun noodeloozen strijd, komt het mij voor, alsof do erkenning dat wij dwaalden, dat wij het betere gekund hadden, en als wij nog konden het zouden doen, een prijs is, groot genoeg om er dien strijd voor over te hebben." Haar oogen schitterden. »Ja Edward, zooals ik u thans liefheb, zooals ik u thans vaarwel zeg, en aan al de jaren denk, die aan dit oogenblik voorafgingen, geloof ik niet, dat het te duur gekocht is. Wij hebben in nacht gewandeld, en nu het licht opgaat zien wij de puinhoopen van al, wat wij vernield hebben, maar het is licht geworden en wij zullen geen nieuwe verwoesting op onzen weg aanrichten. Edward, laten wij zonder wrok scheiden, zonder wrok tegen de dooden of tegen ons zelf; onze tranen zijn druppels geweest in den grooten stroom van jammer, die ons land bedekt en die het vruchtbaar moet maken om weer nieuw geluk te dragen. Het is altijd zoo geweest en zal altijd zoo blijven: alleen uit den nacht gaat de zon op."

Zij zweeg, en toen hij haar gelaat zag, zoo kalm en stil, en toch zoo vol liefde, het gelaat dat altijd de ster geweest was, die hem op zijn pad voorlichtte, toen voelde hij dat zij waarheid sprak, en dat dit oogenblik niet te duur was gekocht. »Ja Helene," zeide hij, »ons leven was een dwaling, maar niet geheel; uw beeld heeft mij op den weg der waarheid geleid, want nu weet ik, dat gij mij dierbaar waart, zelfs toen mijn gemoed zich nog met de liefde misleidde, die mij bedriegen moest omdat ik mij zelf bedroog. Ik weet, dat ik u altijd heb liefgehad, en dat dc nacht des doods ons niet scheiden zal, zooals de nacht der misleiding ons niet gescheiden heeft. Helene, «Ie eeuwigheid geeft u aan mij, en het is met haar stem, dat ik het woord mijner liefde tot u spreek!"

Er kon lengte van tijd geweest zijn, maar wat had ze hun meer kunnen zeggen dan dit woord? welk gevoel was er nog, hooger en in zeker opzicht ook gelukkiger, dan wat nu hun hart doortrilde? Neen, zij kónden scheiden. Er was in die korte bekentenis alles gezegd, wat de liefde kon zeggen, en haar blik was een antwoord, een stomme belofte, die geen woorden meer noodig had, zelfs geen vaarwel, want ja, dit uur had voor hen opgehouden een afscheid te zijn.

Hij drukte haar aan zijn borst en hun lippen raakten elkaar een oogenblik aan met dien kus, dien de liefde geeft, als al haar hartstocht geweken is, en alleen haar diepe innigheid nog bleef; toen maakte zij zich los — en de duisternis onttrok haar aan zijn blikken.

Hij zag haar verdwijnen, maar hij voelde geen smart meer. Er was een licht voor hem opgegaan, dat nooit meer zou worden uitgedoofd, en toen haar slanke gestalte zich in de verte verloor, voelde

Sluiten