Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. DE VORMING VAN ORGANISCHE STOFFEN UIT HET OPGENOMEN ANORGANISCHE VOEDSEL.

1. Het bladgroen en de bladgroenkorrels.

Inhoud: Vorm, rangschikking 011 verspreiding der door chlorophyl groen geklourde lichamen.

Hypothesen over do heteekenis van het chlorophyl bij do vorming van organische stoffen in do plant. — I)e cklorophylkorrels 011 de groene weefsols onder den invloed der afwisselende lichtsterkte.

^orin, rangschikking en verspreiding iler door chlorophyl groen gekleurde lichamen.

In het vorige doel van dit werk werd uiteengezet, hoe alles, wat de planten als voedsel gebruiken, naar liet groene weefsel werd heengevoerd. Voedingszouten, \oedingsgassen en water komen door allerlei verschillende inrichtingen bij dezelfde eindpunten aan, bij de groene cellen, als de plaatsen, waar het onverwerkte materiaal bewerkt wordt en waar daaruit organische zelfstandigheid wordt gemaakt, de plaatsen, waar er behoefte aan is, waar het materiaal voor den groei en de verdere ontwikkeling, voor de verjonging, vermenigvuldiging en voortplanting der plant moet worden vervaardigd. De vraag, boe de levende plant in baar groene cellen uit de toestroomende grondstoffen, met name uit het onverwerkte voedingssap en uit de voedingsgassen organische zelfstandigheid bereidt, zal nu in de volgende regelen worden behandeld.

Allereerst moet eraan worden herinnerd, dat de vorming van organische stoffen steeds begint met de ontleding van het opgenomen koolzuur. Deze ontleding echter geschiedt enkel door d ie protoplasten, in welker lichaam chl orophylk orrel s zijn vervat. Alleen met behulp van deze kunnen de bedoelde protoplasten het aangeduide werk verrichten en die bladgroenkorrels, eigenlijk beter chlorophyllichamen genoemd, zijn dus eigenlijk de organen, waarop bet vóór alles aankomt. In hen hebben de merkwaardige processen plaats, waarvan de vernieuwing en in laatste instantie de instandhouding van alle levende wezens afhangt.

A. Krrner von HaRILaun, Het leven der planten. II. 1

Sluiten