Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als men hun grootecho taak in aanmerking neemt, zijn de chloropliyllichamen vnj eenvoudig van bouw. Mogelijk, dat latere onderzoekingen met instrumenten en waarnemingsmethoden, volkomener dan die, welke thans te onzer beschikkin-staan, juistere gegevens omtrent hun tijneren bouw zullen opleveren en der menschheid meer zullen leeren, in het bijzonder omtrent de verscheidenheid van k pio op asina, waarin ze zijn gelegen; voorloopig weet men alleen, dat de 100 < massa eer chlorophylkorrels in opbouw en samenstelling weinig van het 01111 ingende piotoplasma afwijkt. Zooals ieder begrensd protoplasmalichaam heeft ook het chlorophyllichaam een huidachtige, dichtere buitenlaag, terwijl het inwendige uit een poreuse massa van netvormige of traliewerkachtige armpjes bestaat en nog het best niet een spons zou kunnen worden vergeleken.

I)e holten en mazen van die sponzige, kleurlooze grondmassa bevatten een groene kleurstof, die in een olieachtige zelfstandigheid is opgelost en als bekleeding dient van de wanden der oneindig kleine ruimten. Die groene kleurstof der chlorophylkorrels, die men chloropliyl heeft genoemd, is gemakkelijk oplosbaar in alcohol, aether en chloroform. Dompelt men groene bladeren m een alcoholische vloeistof, dan worden ze in korten tijd ontkleurd en de kleurstof gaat geheel in het vocht over. Het laatste neemt de mooie, groene kleur aan die de bladeren vroeger hebben bezeten, en men ziet nu de vroeger gioene bladeren ontkleurd drijven in den groen geworden alcohol. Bij doorvallen, licht is de oplossing, zooals gezegd, mooi groen, beschouwt men haar damstege» bij opvallend zonlicht, dan doet zij zich bloedrood voor, zoodat het blijkt, dat de kleurstof sterk fluoresceert. Voegt men bij den groen gekleurdcn alcohol vette olie en schudt men de vloeistof daarmee, dan gaat de groene kleur over in dat toevoegsel, terwijl in den alcohol een gele stof die men xanthophyl genoemd hoeft, achterblijft.

Over de chemische samenstelling van het chloropliyl heerscht nog "een volkomen zekerheid. Er wordt beweerd, dat het gelukt is, chloropliyl in geki ïstal 11zeerden vorm te verkrijgen. De gewonnen kristallen vormen groene doorschijnende rhomboëders of ruitenachtvlakken, die, als ze aan 't licht worden blootgesteld, weer langzaam uiteenvallen. Dit chloropliyl gedraagt zich als een zwak zuur, is. in tegenstelling met wat men vroeger aannam, vrij van ijzer maar laat toch bjjna 2 procent ascli achter, die uit alkaliën, magnesia, een' weinig kalk, phosphorzuur en zwavelzuur bestaat. De omstandigheid, dat aan iet verkrijgen dezer kristallen een reeks van lang aanhoudende bewerkingen mots \ooia gaan, en het feit, dat het chloropliyl ongemeen gevoelig en licht ontleedhaar is, laat nochtans plaats voor de veronderstelling, dat de genoemde knst.lLen eigenlijk een ontledingsproduct zijn en niet liet chloropliyl zelf dat cIe chlorophylkorrels in de levende cellen kleurt. Vroeger werd ook aangenomen, dat liet chloropliyl uit twee kleurstoffen, namelijk een blauwe en een gele, zou bestaan, tot latere onderzoekingen aantoonden, dat die meening ongegrond was en dat men dwaling was gebracht door een ontledingsproces van het bladgroen.

±,r is voor het chloropliyl een eigen absorptiespectrum gevonden, dat vooral in die gevallen van waarde is, waar het erom te doen is, de aanwezigheid van

Sluiten