Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor zulke groene, meercellige weefsels, welker belangrijkste functie gelegen is in de ontleding van koolzuur en de vorming van organische substantie, is dus de bovengenoemde inplooiing van de binnenoppervlakte der cellen, en over 't geheel elke vergrooting der van chlorophyl voorziene binnenvlakten der celwanden en het zoo goed mogelijk gebruik maken van de ruimte, de voordeeligste inrichting.

Als men van het groen der planten spreekt, dan denkt men daarbij 't eerst aan de bladeren, waarbij de genoemde kleur zeer opvallend voor den dag komt. Ook de naam chloro-phyl, die eigenlijk „het groen der bladeren" beteekent, zou aanleiding kunnen geven tot de meening, dat de van chlorophyl voorziene cellen en weefsels alleen in de bladeren zijn te vinden, wat echter volstrekt niet waar is. De sporeplanten, die onder den naam algen worden samengevat, hebben in 't geheel geen bladeren en toch is hun groene kleur een gevolg van het „bladgroen ', dat in bijzonder gevormde lichamen in de cellen is gelegen, zooals de figuren 1, 9, 10, 11 en 12 van de genoemde gekleurde plaat op blz. 29 van Deel I aantoonen. Overigens is ook bij die planten, die in stengel en bladeren verdeeld zijn, het bladgroen niet beperkt tot de bladeren. Men vindt bladgroenhoudende weefsels in alle deelen dezer planten, in de wortels, de stengels, de bloemdeelen, de vruchten en de zaden.

Bij de meeste tropische orchideeën zijn de luchtwortels in drogen toestand wit en schijnbaar geheel chlorophylloos; maar in vochtigen staat komt de groene kleur er in te voorschijn, wijl dan, als de buitenste poreuse laag zich met water vult en de cellen ervan doorschijnend worden, het groen der onder hen liggende weefsellaag er doorheen schemert. Er zijn zelfs Orchideeën, als bij voorbeeld Titciiiophi/lluDt /ollhit/eri, Aixjniecum glohulosum, funule en Sullet', die in niet bloeienden toestand in 't geheel geen ander groen weefsel dan dat in de luchtwortels bezitten, en waarbij niet enkel de opneming der voedingsstoffen, doch ook de verwerking van het opgenomen voedsel, zelfs de ontleding van het koolzuur en de vorming van organische zelfstandigheid door tusschenkomst van het groene weefsel in de luchtwortels plaats heeft.

Veel meer dan in wortels treft men het groene weefsel aan in stengelvormingen. Honderden van biezen, zeggen, cypergrassen, paardestaarten, alsook de onder de ..roedegewassen" genoemde soorten van Casuarina en Ephedra, veel vlinderbloemigen uit de geslachten lletama, Genistu en Spartium, een menigte Salicornia's of Zeekralen, tropische Orchideeën en Cactaceeën, de Lemna- of Eendenkroos-soorten en alle van „bladtakken" voorziene gewassen, afgebeeld op blz. 405 van Deel I, bevatten het groene weefsel uitsluitend in de scliors van hun stengels en takken. Ook de vruchtbeginsels en de vruchten, die nog niet tot volle rijpheid zijn gekomen, zijn zoo regelmatig groen gekleurd, dat de volksmond groene vruchten gelijk stelt in beteekenis met onrijpe vruchten. De zaden, welker kiem reeds in wortel, stengel en blad verdeeld is, vertoonen slechts zelden groen weefsel in de zaadlobben; bet is wel het geval bij 1'istaciu, Pcnwtia, Viscum of Vogellijm, en bij de soorten van N a a 1 d h o u t.

Sluiten