is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer gecompliceerde organische stoffen voort te brengen, die in de plantencel zoo gemakkelijk worden gevormd. Als men in een fabriek suiker produceert, worden niet koolstof en de elementen van water, die toch in zoo ruimen overvloed ter beschikking staan, daarvoor gebruikt, neen. men doet daar niet anders dan de suiker isoleeren, die in de kleine scheikundige laboratoria, de plantencellen, door synthese uit koolzuur en water werd gevormd. Het is dan ook eigenlijk onjuist te zeggen, dat in onze fabrieken suiker wordt gemaakt of geproduceerd en wij moesten alleen zeggen, dat men daar de door de planten in het riet of den beetwortel voortgebrachte suiker van andere stoffen afzondert en voor verder gebruik geschikt maakt.

Wanneer het niet mogelijk is, de processen, die hij de synthese van organische stoffen in de plantencellen worden afgespeeld, zich op een boven allen twijfel verheven manier voor te stellen, men mag daarom toch wel tot hypothesen zijne toevlucht nemen. Als zulk een hypothese moet men het beschouwen, wanneer wij de beweging, waarin do kleinste deeltjes der voedingsgassen en voedingszouten in de plantencel door den zonnestraal worden gebracht, ons voorstellen als een overdracht van liet arbeidsvermogen der zon. De kleinste deeltjes hebben zich door deze beweging in een nieuwe orde gerangschikt; zij steunen elkander wederkeerig, zijn in een betrekkelijke rust gekomen en er is een toestand van onderlinge spanning ontstaan. Het arbeidsvermogen van de zon is tot spankracht of chemisch arbeidsvermogen geworden. De door synthese ontstane, tijdelijk in een evenwichtstoestand gekomen organische stof is «lus toegerust met een voldoenden voorraad van dit arbeidsvermogen, dat men met een ander woord in zekeren zin ook als gebonden warmte kan aanduiden.

Komen de kleinste deeltjes der geproduceerde organische stof door de eene of andere aanleiding weer uit den toestand van rust, geven zij hunne verbinding en ordelijke rangschikking op, raken ze in beweging en voegen ze zich misschien weer samen op de manier der vroeger bestaan hebbende groepen, dan verandert het arbeidsvermogen weer van vorm, de gebonden warmte gaat over in vrije warmte. Als wij een boomstam verbranden, wordt het arbeidsvermogen der zon, dat, bij de vorming der celstof en van de andere organische stoffen van het hout indertijd in chemisch arbeidsvermogen word omgezet, weder in denzelfden vorm, 111 warmte veranderd; en als wij steenkolen verbranden, worden de zonnestralen, die voor duizenden jaren de vorming van organische plantensubstantie mogelijk maakten, en in de steenkool gebonden waren, weer vrij, verwarmen onze vertrekken, drijven onze machines en bewegen onze stoomschepen en spoorwagens. Steunend op deze opvatting, kan men zich ten minste de mechanische beteekenis der zonnestralen bij de vorming van organische substantie in de plant voorstellen, en met kan ook gissen, dat de hoeveelheid der gevormde organische zelfstandigheid tot den voorraad van liet daarin aanwezige scheikundig arbeidsvermogen ui een bepaalde, door cijfers weer te geven verhouding staat.

Een omstandigheid, waarop hier nog in 't bijzonder de nadruk moet worden gelegd, is, dat de verschillende stralen, waaruit het zonlicht is samengesteld, de stralen met uiteenloopende golflengte en breekbaarheid, die, althans voor