Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hot koolzuur, dus do afscheiding der zuurstof en de vorming van koolhydraten plaats. I)e blauwe stralen richten in dit opzicht niets uit, ja, ze zijn voor deze processen zelfs nadeelig, dewijl ze de oxydatie, de verwoesting van organische zelfstandigheid, in de hand werken.

Dan komt het genoemde erythrophyl, de roode kleurstof, die in de Horideeën zoo rijkelijk aanwezig is, dat de chlorophylkorrels er geheel mee bedekt zijn. helpend tusschenbeide. Deze kleurstof vertoont namelijk eo 11 zeoi sterke fluorescentie, dat is zij absorbeert een groot gedeelte \>ui do daarop vallende lichtstralen en zendt andere stralen van grooter trillingstijd. dus grooter golflengte uit. De blauwe stralen worden door die kleurstof in zekoien zin in gelo, oranje en roode omgezet, 011 zoo ontvangen do chlorophyllichamen ten slotte toch nog die stralen, die bij de ontleding van koolzuur als werkkracht noodig zijn. Hiermee is dan ook het merkwaardige verschijnsel verklaard, dat zooveel planten der zee rood zijn. Alle Florideeën hebben roode tinten, nu eens van zacht karmijn, dan weer van donker purper, of wel bruinrood en dof violet. En zooals wij in gemengde bosschen de ontelbare tinten der groene kleur bewonderen, zoo gaat hier liet oog te gast aan al de menigvuldige schakeeringen van rood, waarmee de verschillende in bonte menigte door elkander geworpen soorten der Florideeën getooid zijn.

Laat ons nu de blauwe schemering van de diepten der zee verlaten, 0111 liet stiand te betreden, waartegen de blauwe golven klotsen en dat ze met wit schuim besproeien, en laat ons een der rotsklippen beklimmen, die zich daar boven de branding verheffen. Rondom ons helder daglicht, de breede terrassen dei klippen zijn met planten dicht begroeid; alle zijn ze scherp verlicht door de rechtstreeksche zonnestralen. Waar echter is het frissche groen gebleven, dat wij na de boven gegeven verklaringen, aan de kruiden en de struiken hierboven dachten te vinden ?

Dit zijn geen groene, dit zijn grijze bladeren en takken, witviltige stengels en bladeren, en liet geheel is geworden tot een plantentapijt, 'twelk er uitziet, alsof men er ascli over had gestrooid, of als had de wind weken aaneen er het stof der straten heen gevoerd, om liet daarop af te zetten. De planten hebben zich hier op de zonnige rotsvlakten voorzien van zijden, wollen en viltige kleederen, die liet al te felle licht moeten temperen. In de diepte der zee en in de grotten der leisteenbergen was er licht te weinig; hier is er te veel. De chlorophylkorrels kunnen noch het eene, noch het andere verdragen. Zij hebben licht noodig van een bepaalde sterkte. Wordt de in dit opzicht voor elke soort nauwkeurig bepaalde grenslijn overschreden, dan gaat het bladgroen te gronde. Teveel licht kan voor de plant van niet minder nadeel zijn, dan wanneer de chlorophylkorrels wegens gebrek aan licht, tot werkeloosheid waren gedoemd.

lloe snel te sterk licht liet bladgroen kan verwoesten, ziet men het best aan het groene Sla wier, llm lactuco, onder aan het zeestrand. Bij hooggaande zee rukt een golt stukken van deze I Ivacee af van de rotsen aan den oever,

Sluiten