Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. De bladeren.

Inlioud: De verdeeling der liladeren aun den omtrek van den stengel. - De Intrekkingen tusschen den stand en den vorm dor liladeren. — De inrichtingen tot behoud van den oenmaal aangenomen stand. — De middelen tot bescherming der bladeren tegen de aanvallen van dieren.

De verdeeling der bladeren aan den omtrek van den stengel.

Landschapsschilders weten ervan te verhalen, lioo moeilijk hot is hot voorkomen van een hoorn juist en tegelijk kunstvol te behandelen, hoe lastig het in 't bijzonder is, de bebladerde kronen van eschdoorns, beuken, olmen, linden en eiken zóó weer te geven, dat men ze dadelijk herkent als datgene, wat ze moeten voorstellen, en dat tegelijk ook die uitwerking, die stemming wordt teweeggebracht, die de schilderij bedoelt te wekken. Deze verscheidenheid in het voorkomen der boomen wordt niet het minst beheerscht door de verdeeling der bladeren aan den omtrek der takken, door de rangschikking der bladeren, den bladstand dus, en door do daarmee samenhangende wijze van vertakking, die voor alle boomsoorten en over 't algemeen voor alle bebladerde planten op het nauwkeurigst zijn geregeld.

Legt men bebladerde takken van verschillende boomen naast elkander en let men op de rangschikking der bladeren, dan valt allereerst het volgende verschil in het oog. Aan enkele ervan ziet men, dat juist op dezelfde hoogte van een tak twee of meer bladeren ontspringen, terwijl men bij andere opmerkt, dat op één en dezelfde hoogte van den stengel of «le as altijd slechts een enkel blad is bevestigd. Om die verschillen zich duidelijk voor oogen te stellen, is het raadzaam, zicli den bladdragenden tak of stengel te denken als een kegel. De top van den kegel beantwoordt aan het boveneinde en de basis van den kegel aan het onderste en in zoover ook oudste gedeelte van den tak. De geheele tak is niet op eenmaal klaar; hij groeit aan de punt voort en is naar boven toe niet alleen jonger, maar ook minder dik dan aan de dicht bij den voet gelegen oudere gedeelten. Hij kan dus inderdaad met een kegel zeer goed worden vergeleken, als is die vorm ook slechts zelden zoo opvallend als in de volgende schematische teekeningen.

Wat geldt van den leeftijd der verschillende deelen van den tak, heeft natuurlijk ook betrekking op de van den tak uitgaande bladeren, dus de onderste bladeren van een tak zijn de oudste, de bovenste zijn de jongste. Als men op

Sluiten