Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rhamnoides en verschillende Spiraea-soorten nog een ander vijfde geval, waarbij een verdieping uit 13 bladeren bestaat, die door een schroeflijn van vijf omgangen kunnen worden verbonden. Het getal der rechte rijen bedraagt <lan dertien, en de afstand tusschen twee in leeftijd op elkander volgende bladeren is ^ van den cirkelomtrek of 138°, zooals het schema op de bladzijde hiernaast laat zien.

Niet zoo veelvuldig voorkomend, misschien beter gezegd, niet met dezelfde beslistheid te herkennen zijn de gevallen, waarin een verdieping 21 bladeren bevat, die door een grondspiraal met 8 omgangen zijn verbonden, en die, waarin een verdieping uit 34 bladeren bestaat, die door een grondspiraal van 13 omgangen worden vereenigd. In liet eene geval verschillen telkens twee in leeftijd op elkander volgende bladeren van een verdieping /i van den cirkelomtrek in stand, iu het andere Jj, of. wat op hetzelfde neerkomt, in 't eene geval zijn 21 inliet andere 34 orthostichen aanwezig.

Vereenigt men deze feitelijk waargenomen gevallen, dan krijgt men de

l.w, 1 l 2 S 5 8 1 .1 lteKS 2, j, ij, g, 13, 2|, ;j4 . . . .

Hiermee is echter de verscheidenheid der bladstanden nog lang niet uitgeput. Men heeft, al is liet niet dikwijls, gevallen waargenomen, die men in de reeks i> s> h A' 23 • • • • 0°k in de reeks }, |, ,3,, T58 .... samenbracht. Bij al die reeksen valt de zeer opmerkelijke eigenaardigheid in liet oog, dat in iedere afzonderlijke breuk de teller gelijk is aan de som der tellers en de noemer gelijk is aan de som der noemers van de twee voorafgaande breuken.

Hier moet er voor 't overige nadrukkelijk op gewezen worden, dat de afstand, waarop iu leeftijd opeenvolgende bladeren in horizontale richting van elkander zijn verwijderd, des te moeielijker is vast te stellen, hoe kleiner hij wordt. De standen f en 'i kan men bij volwassen loten meestal duidelijk laten zien, ofschoon ook daar soms twijfel aanwezig blijft, of de 3, de ."> en de 8 orthostichen wel volkomen rechte lijnen voorstellen; aanwijzing van de standen ./j en 34 is echter, vooral bij groene, kruidachtige stengels, moeilijk en onzeker.

Er zijn ook slechts weinig planten, aan welker takken of assen verschillende verdiepingen met 21 of 34 bladeren op elkander volgen. Daarentegen komt het voor, dat aan een spruit niet eens één verdieping geheel is voltooid, of niet andere woorden, dat onder meer dan 100 bladeren, die van een as uitgaan, geen twee te vinden zijn, die precies loodrecht boven elkander staan, zoodat men dan niet van rechtlijnige orthostichen spreken kan. Bij vele rijkbebladerde kegels van naaldboomen zoekt men bij voorbeeld te vergeefs naai* rechtlijnige reeksen, en men is niet in staat, ook maar bij benadering aan te geven, hoeveel bladeren een verdieping uitmaken. Men heeft wel het vermoeden uitgesproken, dat in zulke gevallen het aantal bladeren eener verdieping oneindig is, zoodat de breuk, waardoor zulke bladstanden zouden worden uitgedrukt, <3one onmeetbare grootheid zou zijn.

Bij zulke takken is het, vooral dan, als de bladeren dicht opeengedrongen zijn, volstrekt niet gemakkelijk de opeenvolging in leeftijd vast te

Sluiten