Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

albu», van de meeste Lischbloemen, Iris, en enkele Pijnboomen vertoonen slechts een halven of hoogstens een enkelen schroefgang, die van de Smalbladige Lischdodde, Ti/pha angustifolia, van Narcissen en vele Looksoorten, bij voorbeeld Allium senescens, rotundum, obliqiium tot 3 draaiingen, die van Sternbergia Clusiana 3 tot 4 en die der Perzische Sternberg ia stipitata zelfs 5 tot 6 windingen. Zulke bladeren hebben dan, opvallend genoeg, een gekruld aanzien. Dat zulk een schroefblad in mechanische beteekenis tot het buisvormige blad nadert, en dat het grooter stevigheid heeft en beter tegen buigen zich verzet dan een platte bladvlakte, is zeker. Bij de bladeren der Lischdodde kan men ook zien, dat bij hevigen wind de opgerichte bladeren niet enkel gebogen, maar ook een weinig ontrold worden, doordat namelijk bij het blad de schroef een weinig in de lengte wordt gerekt. Zoodra echter de stoot van den wind ophoudt en het blad weer tot den verticalen stand terugkeert, wordt de vroegere vorm van draaiing weer hersteld.

Het voordeel, dat een rechtopstaand, schroefvormig gedraaid blad, tegenover een rechtopstaand vlak blad bezit, ten opzichte van den wind, wordt zeer duidelijk. als men zich beide bladvormen dicht bij elkander voorstelt, blootgesteld aan een even sterken luchtstroom. Haakt de horizontaal naderende stroom den broeden kant van een effen en vlak, rechtopstaand, stijf blad, dan worden alle punten der bladschijf onder een rechten hoek getroffen, en het blad zal een zeer sterke buiging, misschien wel een knikking ondergaan; rankt hij evenwel een eveneens rechtopstaand maar schroefvormig gedraaid blad, dan worden allo punten ervan onder schuine, en wel zeer verschillende hoeken getroffen ; de luchtstroom wordt, om zoo te zeggen, in ontelbare luchtstroomen verdeeld, die langs de windingen der schroef voortglijdend, slechts een betrekkelijk geringe buiging bewerken en stellig geen knikking zullen- veroorzaken. Als men zulke schroefbladeren op eenigen afstand ziet, terwijl ze door den wind worden bewogen, dan maakt deze beweging een hoogst eigenaardigen indruk, eerder dien van een beven en sidderen, zwenken en keeren dan van een bepaald buigen.

Bij den vorm van het schroef blad sluit zich aan die van het b oogblad. In het begin van zijn ontwikkeling staat het boogblad rechtop en is vlak en effen; als het volwassen is, vormt het een naar boven toe convexen boog. Zulk een blad kan wel zijdelings van rechtopstaande, slanke halmen uitgaan of ook wel dicht bij den grond staan of eindelijk op den top van een korteren of langeren stengel ontspringen, zooals bij voorbeeld bij de Xanthorhoeu's. Zeer opvallend vertoonen zich boogbladeren aan de grassen, die in de diepte \an liet bosch en aan den rand, alsook aan steile berghellingen hun standplaats hebben, als bij voorbeeld bij Milium effusum, Uitgespreid G ier s tg r as, bij het Parelgras, Melica altissima, bij het Veenstruisriet, Calamagrosti» HaUeriana, bij Bosch Kortsteel, li melig podium sylvaticum, bij Goud Havergras, Avena fiavescens en bij Hondstarwegras, Triticum caninum. Ook de van de halmen uitgaande bladeren der op de velden verbouwde graansoorten, bij voorbeeld die van Haver, Avena sativa, en Maïs, Zea Muis, zijn boogbladeren. Dringt de wind aan op de bladeren van deze planten, dan worden de bogen, die zij vormen, nu

Sluiten