Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich de huid kan verwonden. Deze onderscheiding is echter niet altijd nauwkeurig door te voeren en werd ook door de botanici nooit consequent in 't oog gehouden.

Doornen en stekels kunnen op alle leden en aan alle deelen der plant ontstaan en in alle „verdiepingen" der plant optreden, 't Veelvuldigst neemt men ze waar dicht bij het weefsel, dat moet worden beschut. Meermalen is echter ook reeds de weg tot de groene deelen leidend, over bladstelen, stengels en soms ook over luchtwortels gaande, van stekels en doornen voorzien, opdat daardoor de van onderen opkruipende, van plantenkost levende dieren zouden worden tegengehouden. Zoo bij voorbeeld treft men bij de Palmen van het geslacht Acanthorhiza op de luchtwortels, die van het onderste gedeelte van den stam uitgaan, bij veel Bombax-soorten en bij Pandanus, alsook bij vele Erythrina's en Gleditschia's en bij Hozen, stekels en doornen aan op de benedenste gedeelten der houtige stammen, terwijl bij veel Waaierpal men de bladscheeden en bladstelen een massa stekels en doornen dragen.

De grootte, richting, stand en rangschikking van de wapens richt zich over 't geheel naar den aard van den aanval, naar vorm en grootte der voedselzoekende dieren en naar de gedaante der werktuigen, waarvan de aanvallers zich bedienen. De reusachtige, op het water drijvende bladeren van Victoria retjia zijn alleen aan den benedenkant en aan den opstaanden rand, dus enkel daar, waar ze aan de aanvallen van plantenetende waterdieren blootgesteld zijn, met stekels gewapend. Interessant is ook het feit, dat veel houtige gewassen slechts in hun jeugd en zoolang ze laag zijn en hun bladeren door de herkauwers, met name door geiten, schapen en runderen, kunnen worden bereikt, gewapend zijn, dat ze echter op die takken, twijgen en bladeren, die niet meer binnen het bereik van den bek dier dieren zijn, geen stekels en doornen ontwikkelen. De jonge, lage, slechts 1 of 2 meter hooge boompjes van den W i Iden Pereboom zitten vol doornen, waarin de uiteinden der houtige takjes zijn overgegaan, terwijl de takken in de kronen der tot 4 en 5 meter hoogte opgegroeide boomen doornloos blijven. Bij Hulst, Ilex aquifolium, kan men zien, dat de bladeren, die de takken sieren in de kroon van hoogstammige boomen, bijna gaafrandig en ongewapend zijn, terwijl de rand der bladeren van struikachtige exemplaren uitgegroeid is tot de bekende steil afstaande, scherp stekende, harde tanden.

Met het oog op het verdedigingssysteem kan men de met wapens tot tegenweer tegen dieren toegeruste planten in twee groepen verdeelen, waarvan de eene die vormen omvat, die hun groen weefsel beschutten door organen, in het bedoelde lid zelf ontstaan, terwijl de tweede groep die vormen omvat, waaraan zulk een eigen hulp vreemd is, maar waarbij het eene lid het andere beschermt, en waar de verdeeling van arbeid ertoe heeft geleid, dat enkele, geen bladgroen bevattende, in wapens gemetamorphoseerde deelen der plant de bescherming op zich nemen van naburige, ongewapende weefsels, die rijk zijn aan chlorophyl.

Tot de eerste afdeeling behooren allereerst de meeste van die bladerlooze planten, die het groene weefsel in de schors van hun

Sluiten