Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

takken en twijgen hebben ontwikkeld. Wel zijn de groene takken van deze gewassen in den regel zoo stijf en hard, dat men zou denken, dat ze bijna geen enkel dier zouden aanlokken, maar de honger is een scherp zwaard, en in tijd van nood worden, zooals de ervaring leert, in de Middellandsche en andere floragebieden, zelfs stijve, roedevormige struiken aangevallen. Om zich nu tegen die aanvallen te wapenen, zijn vele dier bladerlooze planten met groene takken doeltreffend gewapend en wel daardoor, dat de uiteinden hunner groene takken in doornen uitloopen, die de aanvallers bedreigen. Ja, vele dezer planten bestaan eigenlijk gansch en al uit wijdvertakte groene doornen, wat hun een allermerkwaardigst aanzien geeft. Buscus aculeatus, afgebeeld op blz. 405 van Deel I, de doornige Asparagus horridus, broussonetia enz., de Zuid-amerikaansche Colletia cruciata, afgebeeld op blz. 407 van Deel I, en de Zuidafrikaansche Acantliosycios horrida, hierachter afgebeeld op blz. 99 in Fig. 1. kunnen hiervoor als voorbeelden dienen.

Veel meer verscheidenheid dan in de wapenrusting der groene stengels is er in de wapens, die zich aan de groene bladeren hebben ontwikkeld. Gedeeltelijk komen de den aanvaller kwetsende punten te voorschijn uit de einden der nerven en vaatbundels, die het geraamte der bladeren vormen en die dan buiten het groene weefsel van de bladeren als naalden uitsteken; gedeeltelijk zijn het cellen en celgroepen, die uit de opperhuid van het groene blad komen en zich nu eens op de bladschijf, dan weer aan den rand ervan als kleine dolken verheffen. In het eerste geval zijn de vaatbundels, die men als nerven door het blad ziet loopen, daar, waar ze buiten het groene weefsel uitsteken en als doornen eindigen, met een laag zeer stevige cellen bedekt ; in het laatste geval hebben de van de huid uitgaande en als stekels, spitse borstels en prikkelende haren oprijzende cellen en celgroepen verdikte en sterk verkiezelde wanden.

Bij veel naaldhout, veel grassen, zeggen, biezen, bij de soorten van 't geslacht Yucca en bij vele Anjelierachtigen (Dnjpis en Acanthophyllum) bij Acantholimon uit de familie der Plumbagineeën en ook bij enkele Zouten Vetplanten (Umbilicus spinosus en Sempervivum acuminatum) kan men de volgende wapenrusting waarnemen. De groene bladeren zijn talrijk, meestal samengedrongen tot een zode, staan naar alle richtingen van het kompas van de as uit, zijn stijf, ongedeeld, lijnvormig, rond of driekantig en loopen uit in een scherpen, stevigen, stekenden doorn. Men zou dien vorm gevoegelijk liet naald blad kunnen noemen. In vele gevallen ten minste hebben zulke bladeren volkomen den vorm van naalden en worden in streken, waar men zich nog bij voorkeur van onbewerkte natuurproducten bedient voor werktuigen en gereedschappen, in gedroogden toestand wel als naalden gebruikt.

Een aanzienlijk deel der planten met naaldvormige, stekende bladeren bewoont de door groote droogte van den zomer gekenmerkte steppen, vooral de liooge steppen van 1'erzië en vormt daar zelfs een opmerkelijke eigenaardigheid van het landschap. Vooral geldt dit van de talrijke soorten van het geslacht Acantholimon, waarvan er een groep, tusschen doornige gomboomstruiken, door Stapf naar de natuur geteekend, op de plaat tegenover blz. 76 is afge-

Sluiten