Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In alle tot nu toe besproken gevallen wordt liet groene weefsel der takken, bladschijven, bladstelen en steunbladeren tegen de nadeelige invloeden van den kant der aanvallende dieren door eenig deel der bedoelde plant zelve beschut. Het komt echter ook voor, dat de aanvallen van dieren op het groene weefsel der planten door andere dieren worden afgeweerd en dat de planten zelf slechts in zoo ver deelnemen aan de bescherming, als zij aan de als haar beschermers optredende dieren woning en voedsel, kost en inwoning dus, verschaffen.

Van het niet geringe aantal der hiertoe beboerende, in den nieuwsten tijd bekend geworden gevallen, zullen op deze plaats slechts twee worden geschetst en door afbeeldingen worden opgehelderd, namelijk Cecropia ci Hevea, afgebeeld op blz. 9!) in Fig. 4 en Acacia cornigera, afgebeeld op blz. itit in lnj. 7. I)e eerste behoort tot een geslacht van de Netelachtige planten, hetwelk in Amerika van Mexico tot Zuid-Brazilië verspreid is, en uit ongeveer 40 soorten bestaat, Hetzelfde gebied wordt ook door de zoogenaamde B1 ad snij d ersm i e ren bewoond, die tot de gevaarlijkste vernielers van bladeren behooren. Deze merkwaardige dieren, als welker voorbeeld Allo hgxtrix op blz. !»!> in hg. - afgebeeld is, snijden met hunne schaarvormige kaken, in hg. :? te zien, stukken uit den rand der bladeren, houden die stukken als schermen boven hun kop en sleepen ze in hun nesten. De stukken blad dienen hun daar voor den aanleg van „zwamtuinen". In de nesten gebracht, beschimmelen namelijk de stukken blad, en de daarop ontstane zwamvegetatie vormt dan het voedsel voor de

larven dezer mieren.

Daar gewoonlijk duizenden van die bladsnijders in lange rijen uit trekken, om groen weefsel te snijden uit de bladeren, waarin ze smaak vinden, zien de aangevallen planten al spoedig er ellendig verminkt uit en hebben, in plaats van groene bladeren, niet veel meer te vertoonen dan geraamten, uit de stevige vaatbundels der nerven bestaande. Dat de bladeren der Cecropia's zeer geliefd zijn bij de bladsnijders, blijkt wel daaruit, dat die planten van dit geslacht, die tegen de aanvallen dezer dieren onbeschermd zijn gelaten, geregeld overvallen. stuk gebeten en vernield worden. De meeste Cecropia's zijn echter beschermd, en wel, merkwaardigerwijze door andere, zeer boosaardige en vei giftige mieren uit de geslachten Azfeha en Crematogasfa-, aan wie door de steunbehoevende planten kost en inwoning wordt aangeboden.

Als woning voor deze laatste, de beschermende mieren, dienen holten in den stengel der Cecrojtia's. Deze is, gelijk die der Scliermbloemigen, geleed. Telkens tusschen twee knoopen, die de aanheclitingspiinten der bladeren vormen, bevindt zich een lid. een internodium, dat eerst met merg gevuld is, maar zeer spoedig hol wordt en dan een cylindervormig vertrek mag heeten (zie Fig. 4). Aan elk van die leden bemerkt men aan ééne zijde een ondiepe- gleuf en aan het boveneind dier gleuf een ovalen indruk van «le grootte van een speldeknop, ook afgebeeld in Fig. 4. Daar is liet weefsel van den stengel betrekkelijk dun en gemakkelijk te doorboren. Het bevruchte wijfje van een soort der beschermende mieren boort daar een gat. betiekt dc liolt< \an

Sluiten