Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hierdoor zou dus een suikerachtig koolhydraat als de eerste van alle in de plant gevormde organische stoffen zijn aangewezen. Maar dat dit koolhydraat uitsluitend het uitgangspunt zou wezen voor alle verdere organische verbindingen, in alle levende planten, is niet zeer waarschijnlijk. Eerder mag men veronderstellen, dat in de zoozeer uiteenloopende groote reeksen van plantenvormen, in de wieren, mossen, varens, naaldboomen, grassen, palmen, enz. verschillende koolhydraten als eerste ver bi n d in gen uit kool dioxyd e en water worden gevormd.

Men mag ook niet over 't hoofd zien, dat bij dit opbouwingsproces de levende protoplasten in het groene weefsel een zeer belangrijke rol spelen, dat zij in den eigenlijken zin de opbouwers, de bereiders zijn en dat bouw en chemische samenstelling van deze bereiders, of met andere woorden de specifieke gesteldheid van het protoplasma, niet zonder invloed zal zijn op de groepeering der atomen in de gevormde koolhydraten. Men heeft het geheele hier bedoelde proces ook assimilatie genoemd, en daarmee willen zeggen, dat het protoplasma van elke plant uit het opgenomen anorganische voedsel stoffen vormt, gelijkend op die, waaruit het zelf is opgebouwd. Het assimileerende protoplasma vormt dus steeds stoffen naar eigen gelijkenis, en kan daarbij niet treden buiten de grenzen, gesteld door zijn eigen atomistischen bouw. Men mag 1111 aannemen, dat bij dit vormingsproces het opbouwen naar eigen beeltenis al dadelijk van 't begin af aan plaats heeft, en dat protoplasten, welker lichamen verschillend van constitutie zijn, en die, zooals men weet, ook het vermogen bezitten, een keus te doen uit de minerale voedingsmiddelen, koolhydraten van verschillenden aard vormen. Maar hoe dat ook zij, zooveel is zeker, dat de eerste in de groene cellen ontstaande organische verbinding het een of ander opgeloste, niet zichtbaar gevormde koolhydraat is.

Onder den invloed en door de tusschenkomst van liet levend protoplasma en in overeenstemming met de behoefte en het bouwplan der plantensoort, hebben er nu niet deze eerste koolhydraten de veelvuldigste veranderingen, verplaatsingen, aanhechtingen, tusscheiivoegingen en afscheidingen van atomen plaats en zoolang de plant leeft, blijft voortdurend die omzetting der stoffen aanhouden. E11 die omzetting heeft in allerlei richting plaats. Zoo worden uit de eerste koolhydraten onmiddellijk of middellijk verbindingen bereid, die den omvang en.de massa van het protoplasma en van de daardoor gevormde wanden vergrooten, het aantal der cellen vermeerderen, den groei der planten, hunne vernieuwing en verjonging mogelijk maken en die men dus als de bouwstoffen kan aanduiden.

Vóór alle andere moeten wij hier de eiwitstoffen noemen, die tot de gewichtigste bestanddeelen der bouwende, levende protoplasten behooron. Al heeft men ook do chemische samenstelling ervan tot 1111 toe nog niet met volle zekerheid kunnen vaststellen, zooveel is toch zeker, dat buiten de bestanddeelen der koolhydraten ook nog stikstof en 0,8 tot 1,7 procent zwavel in de eiwitstoffen voorkomt, dat de koolstof met vele, misschien mot meer dan honderd

Sluiten