Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij deze stoffen, die dadelijk na de vorming of na een voorafgegane rustperiode als bouwmateriaal bij den groei en de vorming van het plantenlichaam worden gebruikt, en zonder welke de vergrooting en vermeerdering der cellen, alsook de vermenigvuldiging der planten in 't geheel niet denkbaar zijn, sluiten zich andere aan, die wel zelf geen bouwstoffen zijn, maar die de taak hebben, een werkzaam aandeel te nemen aan de vorming der bouwstoffen, de voorwaarden in 't leven te roepen, waaronder de voortbrenging en de beweging der bouwstoffen. de groei en do vermenigvuldiging kunnen plaats grijpen, die bovendien nadeelige invloeden afweren, licht en warmte regelen en honderd andere kleine

voordeelen opleveren.

Tot deze stoffen, die onder den naam hulpstoffen worden samengevat, behooren vooreerst de kleurstoffen, (antliokyaan, anthoxanthine, carotine, chlorophyl, phycokyaan, phyco-erythrine, phycophaïne enz.) die gedeeltelijk gebonden zijn aan bijzonder gevormde, door het protoplasma bereide lichamen, de zoogenaamde chrom at ophoren, gedeeltelijk in het celvocht zijn opgelost, en die van beteekenis zijn bij de assimilatie, bij de omzetting van licht in warmte, en bij de aanlokking van de dieren, die bij de bevruchting deiplanten en de verspreiding van sporen en zaden een rol spelen, en ook bij

verscheiden andere gelegenheden.

Naast de kleurstoffen zijn ook zoetsmakende stoffen, met name ïielsuiker en bovendien ook manniet en dulciet, te noemen. Hoewel do beteekenis dezer zoete stoffen eerst later uitvoeriger kan worden besproken, hier moeten wij er reeds op wijzen, dat bij voorbeeld door de in het vruchtbeginsel dei rogge woekerende schimmelachtige zwam, die het moederkoorn doet ontstaan, een zoet vocht, de zoogenaamde honigdauw, wordt afgescheiden. Dit zoete vocht, waarin steeds de sporen van de zwam gelegen zijn, wordt door wespen, vliegen en andere insecten opgezocht. Terwijl echter deze insecten den honigdauw opzuigen en oplikken, nemen zij ook de sporen aan hun haren of hun huid mede, en sleepen die dan naar andere planten. Talloozc planten scheiden verder op bepaalde plaatsen in hun bloemen zoeten honig af, die als aanlokkingsmiddel dient voor de bijen, hommels en vlinders, aan wie de taak is opgedragen, het stuifmeel of pollen van bloem tot bloem over te brengen. Aan den anderen kant worden weer zekere dieren, welker bezoek nadeelig zou zijn voor de bloemen, door den aan den voet der bladeren afgescheiden honig van de bloemen afgehouden of. liever gezegd, afgeleid.

Een dergelijke beteekenis voor het leven der plant hebben ook de vele soorten van aetherische oliën, harsen en balsems. De aetherische oliën zijn grootendeels koolwaterstoffen, slechts enkele bevatten ook zuurstof. De lavendelolie, karwijolie, eucalyptusolie, terpentijnolie, kamferolie en vele andere hebben eenzelfde procentische samenstelling, overeenkomende met een opbouw uit 10 atomen koolstof en 16 atomen waterstof. Trots die overeenstemming wijken ze in hun optische eigenschappen, in het kookpunt en in t bijzonder in hun werking op de reukzenuwen zeer in t oog vallend van elkander af, wat reeds aan de genoemde voorbeelden genoegzaam valt te bespeuren. Er zijn

Sluiten