Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn gekenmerkt door liet bevatten van stikstof. Lenige zijn zuurstofvrij en vluchtig, als bij voorbeeld het in vele Melden en in de bloemen van de Meidoorn en den Pereboom en don Amerikaansche Pachysandra voorkomende trimethylamine; de meeste echter zijn zuurstofhoudend en niet vluchtig. Tot de laatste bobooien de op menschen en de meeste zoogdieren als vergiften werkende bekende alcaloïden atropine, coniine, morphine, nicotine, strychnine en de bekende geneesmiddelen cliinine, cocaïne en vele andere. De bladeren, die veel van deze stoffen bevatten, worden door de weidende dieren vermeden, en voor de planten hebben ze dus in elk geval do beteekenis van beschermende middelen tegen de afweiding door vee. Alleen de vluchtige trimethylamine in de bloemen kan misschien aanlokkingsmiddel voor insecten zijn.

De glucosiden, waarvan er reeds meer dan honderd bekend zijn, sluiten zich in hunne beteekenis geheel aan bij de alcaloïden. De aaponine werkt als vergift op menschen en zoogdieren, de amygdatine kan ontleed worden in het vergiftige blauwzuur, bitter-amandelolie en suiker, en juist zoo is het ook met vele andere gesteld. De tannine smaakt buitengewoon bitter en beschut daardoor takken, schors en vruchten tegen de aanvallen van dieren.

Het is echter belangwekkend te zien, dat bij veel vruchten, die door tusschenkomst van dieren worden verspreid, de schaal slechts zoo lang door bittere of vergiftige glucosiden scherp en oneetbaar is, tot de er binnen geborgen zaden hun kiemkracht hebben verkregen. Zoodra de zaden kiemkrachtig zijn geworden, worden ook de glucosiden omgezet; zij worden ontleed onder den invloed der later te bespreken enzymen, of ook door zuren, die in de onrijpe vruchten in overvloed voorhanden zijn, in suiker en verschillende andere onschadelijke stoffen, en de vruchtwand, die eerst wrang, zuur en oneetbaar was, is nu zoet, smakelijk en begeerenswaard geworden. Hetzelfde omhulsel der zaden, dat eerst als beschutting dienst deed, vormt thans een aanlokkingsmiddel. De rijpe vruchten, met de erin besloten zaden, worden nu als voedsel, vooral door de vogels, opgezocht en genuttigd; de zoete vruchtwand wordt in de maag der dieren verteerd, de tegen verteringssappen voortreffelijk beschermde zaden daartegen worden met de excrementen der dieren weer afgescheiden, ontkiemen op de plaatsen, waar zij terecht komen, en zoo wordt de verspreiding der plant bevorderd.

Dit alles zal later bij de bespreking van de verspreidingsmiddelen der planten nog wel uitvoeriger worden behandeld, maar het is goed, dat wij aan deze processen hier zeer in 't kort even herinneren, om daardoor aan te toonen, dat de omzetting der stoffen in do planten met de telkens aanwezige behoeften gelijken tred houdt, dat zelfs in een geval, waarin de verdeeling van arbeid in de plant zoo ver gaat, als in liet boven aangevoerde voorbeeld, de verplaatsingen en verschuivingen der atomen, de ontledingen en de opbouw van chemische verbindingen altijd te rechter tijd en te rechter plaatse geschieden, namelijk steeds dan en daar, waar het voor de plant nuttig is, en dat over 't geheel al die omzettingen der stof in hun beteekenis alleen begrijpelijk worden, als men ze niet enkel met het leven der plant in verband brengt, maar ook met dat der dieren, wier leven van de plantenwereld afhankelijk is.

Sluiten