Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij dien steun aansluiten en er evenwijdig mee verloopen, voortreffelijk tegen breken zijn beveiligd. In die organen daarentegen, die stevig, maar tevens buigzaam behooren te zijn, met name in bladnerven en bladstelen, halmen en jongere takken, schuift zich tusschen de aan- en afvoerende cellen en vaten een laag bastvezels in. Die strengen van dikwandige en daarbij toch buigzame en elastische vezels maken het mogelijk, dat de organen, waarin zij voorkomen, zelfs onder den invloed van vrij sterke trekking en drukking niet geknakt of gebroken worden.

Men lette eens op de halmen, stengels, takken en bladeren op een weide of in een woud ten tijde van de stilte vóór een onweder of vóór het uitbreken van een storm. Geen blaadje beweegt zich, zelfs de slanke halmen staan onbewogen, en alle deelen der plant zijn zóó geplaatst ten opzichte van het licht, als voor hen, echte kinderen des lichts, het best is. Nu breekt het onweer los; de wint giert over het land; de bladeren sidderen en beven, schommelen heen en weer aan hun zwaaiende bladstelen, de halmen buigen zich en stengels en takken worden gekromd en naar beneden gedrukt, zoodat ze met hun toppen bijna den grond aanraken; buitendien worden de bladeren gezweept door den regen en door eiken neerkomenden druppel geschud en uit hun stand gebracht. Een uur later is de storm voorbij; hier en daar ligt misschien nog een groep stengels en bladeren onder den last der regendroppels op den grond, en een deel der sterk bewogen, kruidachtige stengels is naar de windschaduw boogvormig gewelfd, maar de andere staan al weer stevig rechtop, als waren ze nooit door een zuchtje bewogen; ten slotte rijzen ook de door den windstoot gekromde en door de regendroppels neergebogen planten, met hun takken en bladeren weer vroolijk omhoog, en alles heeft weer denzelfden stand aangenomen als vóór het uitbreken van den storm.

Dat is echter alleen mogelijk geworden door de invoeging en den daardoor verstrekten steun van die elastische, buigzame bastvezels, die de zeefvaten en de andere bij de bereiding en liet vervoer der organische stoffen werkzame, zachte en teedere vormingen ter zijde staan, liet is, wel is waar, onvermijdelijk, dat ten gevolge van de drukking en rekking, die van de windstooten het gevolg zijn, de doorsnede der cellen en vaten vernauwd wordt, en dat bij voorbeeld bij de kromming van een cylindervormig vat de doorsnede ervan tot een ellips wordt, maar daar door de elasticiteit van de bastvezels de neergebogen stengels en het neergebogen blad, als een gespannen veer, weder in den vroegeren stand terugspringen, duurt de door rekking en drukking teweeggebrachte verandering slechts korten tijd, heeft zij geen nadeelige afbreking der gewone functies ten gevolge, is misschien voor do voortbeweging der stoffen zelfs voordeelig, en, wat de hoofdzaak is, er heeft geen scheuring plaats van de dunwandige en weeko organen, en deze worden niet blijvend verbogen.

Tegen de nadeelen eener zij delingsche drukking zijn deze dunwandige, sappen afvoerende cellen en vaten, met name het bastparenchym en de zeefvaten, daardoor beschut, dat zich verschillende weefsels, met name de tusschen opperhuid en schors-

Sluiten