Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij Ifhynchosia phaseoloides, afgebeeld op blz. 134, zijn de jonge, groene, slingerende stengels in doorsnede rond en vertoonen een bouw, die zich niet wezenlijk onderscheidt van dien der jonge rechte stammen. In het midden een merg, waaromheen de vaatbundels ringen vormen en wel eerst hout, dan 't zachte gedeelte van den bast, dus bastparenchym en zeefvaten, vervolgens bastvezels, dat is 't harde gedeelte van den bast, daarna een laag groene cellen en eindelijk de opperhuid, die liet geheel omsluit. Men zou nu verwachten, dat zich in het tweede jaar, uit de nieuw ontstane cellen en vaten, hout bij hout en zachte bastdeelen bij zachte bastdeelen zouden aansluiten, zoodat de ronde stengel gelijkmatig in dikte zou toenemen, zonder van vorm te veranderen. Dat geschiedt echter niet, maar er ontstaan dicht bij den omtrek van den stengel op twee plaatsen nieuwe groeipunten, van waar, in de richting naar den vaatbundelring van 't eerste jaar, de vorming van hout, en aan den tegenovergestelden kant de vorming van bastparenchym met zeefvaten en de daar tegenaanliggende bastvezels uitgaat.

Dwarse doorsneden van Lianons tongols. 1. Thnnbergia lauvifolio, 2. lthynchosia phaseoloides (zio ook «1o afbeelding op do vorigo bladzijde), SI. Tcconia radiccins, allen 30-maal vergroot en schematisch. Do afzonderlijke weefsels zijn op de volgendo w(jze aangeduid: bastparenchym en zeefvaten geheel zwart; bont grootere en kleinere witte stippen op zwarten grond; bastvezels en d orgel ijk o stevige weefsel deele 11 zwarte punten op witten grond; groen weefsel gearceerd; kurk laag (perider 111), van korte streepjes voorzien; merg netvormig.

De stengel is na ailoop van het tweede jaar niet meer rond als in liet eerste; bij heeft, als 't ware, twee vleugels gekregen, vertoont nu een ovale doorsnede, en daar die soort van groei zich jaar op jaar herhaalt, 011 zich bij de reeds gevormde vleugels steeds weer nieuwe vleugels aansluiten, wordt de stengel langzamerhand handvormig en vertoont een doorsnede, als te zien is op bovenstaande afbeelding in Fi<j. 2. Het zachte deel van den bast heeft aldus de meest beschutte ligging gekregen, die men zich denken kan, en een drukking van ter zijde zal zijn functie niet kunnen schaden. Al groeit ook de tot steun dienende stam van den boom, die door de Jihynchosia omslingerd is, sterk in dikte, zoodat de liane erdoor gespannen wordt en een zijdelingschen druk ondervindt, toch kan het sap in het zachte bastgedeelte ongehinderd zijn loop volvoeren.

Sluiten