Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sing van stoffen geschiedt. Als zaden ontkiemen, welker reservestoffen naar de snel opschietende kiemplantjes worden gevoerd, met name in do kiemplanten, die uit de meelrijke zaden van Vee lknoopigen, Melden, Anjelieren, Grassen, en anderen opgroeien, komt geregeld ook anthokyaan te voorschijn, terwijl het later weer geheel of gedeeltelijk verdwijnt. Als in de lente de bladknoppen van onderaardsche wortelstokken en bollen of van bovenaardsehe takken zich beginnen te ontwikkelen en de in de knopdragende stammen gedurende de jongste vegetatieperiode afgezette stoffen zich naar d e jonge bladeren der knoppen bewegen, 0111 daar voor den verderen groei te worden gebruikt, dan doen zich die bladeren in de meeste gevallen niet groen, maar rood violet of roodbruin voor.

Het is voldoende hier voor die kleur der jonge bladeren, als op algemeen bekende planten, te wijzen op den Hemel boom. Ailanthus glandulosa en den Walnoot, Jut/lans regio; verder op de Pistitcia Terebinthus en den tot dezelfde familie der Anacardiaceeën behoorende Pruikeboom, (Hhus cotinus en lthus tipityna); op den Judasboom, Cercis Siliquastrum; op de Berberideeën (als Mahonia, Podophyllum, Epi medium); op de Am pel ideeën (zooals de bekende Vitis, Wijnstok en Ampelopsis, Wilde wingerd, benevens de tropische lianen van het geslacht Cissus); op den Trompetboom, Catalpa syrimjaefolia; op den Trosvlier, Sambucus racemosa; den Kerseboom, Prunus avium; op den Pioenroos, Paeonia en op eenige soorten van Strandkruid of Limoenkruid Htatice; op Rhabarber, Jilieum, en Zuring, Uumex.

Later, als het vervoer is afgeloopen, de bladeren volwassen zijn en zelfstandig kunnen functionneeren, komt het chlorophyl met zijn groene kleur voor den dag; de bladeren worden groen en het anthokyaan verdwijnt geheel of blijft nog enkel daar over, waar de plant er ter bescherming van het chlorophyl, of voor een in 't volgend hoofdstuk te behandelen, ander gewichtig belang, namelijk voor de omzetting van licht in warmte, behoefte aan heeft.

Op groote schaal komt het bij veel planten tot de vorming van anthokyaan, als de bladeren wegens beginnende droogte van den grond of nog meer wegens intredende koude en daardoor beletten toevoer van onverwerkte voedingsstoffen, hun werkzaamheid tijdelijk zullen staken. Om deze vorming van anthokyaan en al, wat er mee samenhangt, te kunnen schetsen, is het noodig een kleine uitweiding ons te veroorloven en hier vooraf te bespreken het vervoer en de omzetting der stoffen, welke samengaan met het ophouden der werkzaamheid in de bladeren, bij 't eind der vegetatieperiode.

Het vervoer en de omzetting dier stoffen zijn zeer verschillend naarmate de bladeren van een plant enkel in één vegetatieperiode of in meer dan éen van die tijdperken hun arbeid verrichten, dus al naar gelang de bladeren enkel in den zomer groen, met andere woorden éénjarig zijn, of dat ze altijdgroen, dat is meerjarig zijn.

De altijdgroene bladeren zijn in al die streken, welker klimaatstoestanden een tijdelijken stilstand der lovensfunctiën noodzakelijk maken, zóó ingericht, dat ze de periode van droogte, zoowel als die van vorst van één of

Sluiten