Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook de bladeren van vele niet houtige gewassen, met name die van Alpengeranium en van Alpenhavikskruiden, kleuren zich vóór het verwelken aan den rand en langs de nerven, of ook wel over de geheele bladschijf, met anthokyaan, en lijken in de verte op roode, paarse en bontgetinte bloemen. De Alpenwilgen daarentegen, met name de kruipende Salix retusa en de lage struiken van Salix ha stat a en Salix arbuscula alsook de roode vruchten dragende soort van Dwergmispel, Sorbus cbamaemespiltis, zijn goudgeel. De laatste omzoomen veelal do oevers der beken, en als men van een hooggelegen standpunt in de kloven en diepten neerziet, waardoor de wateren al kronkelend en door kleine watervalletjes afgebroken, hunnen weg vervolgen, herkent men de wilgenstruiken en die van den dwergmispel als gouden slingerlijnen en gulden banden, afstekend tegen de donkerder omgeving.

Tusschen de lage struiken van allerlei Boschbessen, voornamelijk echter tusschen de liggende takken van de Alpenberendruif, zijn overal ook grijze en witte korstmossen te zien, met name het Rendiermos en het IJslandse he mos, en enkele rotsen en kammen in 't gebergte zijn zoo geheel en uitsluitend met die planten overtogen, dat ze reeds van verre als witte vlekken en strepen op rooden, violetten en gelen grond zich voordoen.

Het kleurenspel in 't gebied der Alpen neemt ook nog daardoor toe in pracht, dat het er niet bij ontbreekt aan ruime vlakten en aan donkere tinten. Het aantal altijdgroene planten is daar betrekkelijk groot en verscheiden van de soorten, die dichte groepen vormen, behouden hun groene bladeren onder het sneeuwdek, dat hen in den winter zoo lang bedekt, tot de vegetatieperiode van het volgende jaar intreedt. Do boschjes Borgdennen, 1'inus montana, de Alpenrozenstruiken, de groepen van Kraaiheide, Km petrum niijrum, en de tapijten der altijdgroene Berendruif, geven met hun donkergroene kleuren rust aan het oog in dat bonte gewemel. Ook de kussens van Azalea procumbons of Liggende Alpenheide, die zich in den herfst, doordien de clorophylkorrels zich in de cellen der bladeren tot klompjes ophoopen, bruingroen kleuren, matigen op harmonische wijze do bontheid van hot beeld.

Het bekoorlijke schouwspel der verkleuring van de in den zomer groene bladeren in de gebieden der Alpen duurt in den regel slechts veertien dagen. Blijft dan het hooggebergte nog korten tijd vrij van sneeuw, dan raken al de roode, violette en gele bladeren los van hun takken en takjes. Wat in de bladeren aan bruikbare stoffen nog voorhanden was, is gedurende dien korten tijd in de overwinterende doelen van den stam een schuilplaats gaan zoeken; de afgevallen bladeren worden bruin en zwart en spoedig spreidt zich een dichte, blijvende sneeuwlaag uit over het hooggebergte. De kammen, hellingen en kloven waarop en waarin kort te voren nog vurig rood en helder geel opvlamden tusschen de donkere borgdennen en alpenrozen, steken nu blinkend wit af tegen den winterhemel.

Sluiten