Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De turgor der cellen, of de aanwezigheid van het voor de opzwelling der cellen noodige water, is echter slechts de eene voorwaarde voor den groei; een tweede, even gewichtige voorwaarde is de warmte. Zonder warmte geen groei. Als in de gematigde hemelstreken, waar het jaar verdeeld is in zomer, herfst, winter en lente, de zomer ten einde spoedt, en de dagen korter en korter worden, als in den loop der lange nachten de grond meer warmte door straling verliest dan hem in den loop van den dag wordt toegevoerd, en als dan ook de planten zelve sterk afkoelen, houdt de groei boven den grond geheel op, en alle werkzaamheid der planten bepaalt zich, als in een vroeger hoofdstuk werd aangetoond, tot een zich voorbereiden voor den wintertijd, het overgaan in een soort van poptoestand. l)e stoffen, die nog te gebruiken zijn in de volgende vegetatieperiode, worden uit de bladeren weggehaald en geborgen in beschutte, veilige voorraadsschuren. Den winter door rusten dan do tegen de vorst niet beveiligde, afgekoelde deelen, en de groei heeft daarin volkomen opgehouden.

Eindelijk is de winter voorbij: de laatste sneeuw is onder den adem der zachte voorjaarslucht verdwenen; de hard bevroren aarde is bevrijd uit de ketenen van de vorst. Allerwege ontwaakt nieuw leven; de knoppen zwellen, de boomen tooien zich met bloemen en jonge bladeren, de weiden worden groen, nieuwe planten ontkiemen en de uitgestrooide zaden op de akkers ontspruiten tot vreugde van den landman en schieten welig op. Op warme, zonnige voorjaarsdagen groeit alles met verrassende snelheid; op koele, donkere dagen gaat de groei maar langzaam voort. Komt er dan bij gelegenheid eens een terugslag en daalt de temperatuur weer vrij laag, dan staat de groei ook soms geheel stil. Men heeft bevonden, dat de groei van jonge, kruidachtige planten, op twee na elkander volgende dagen, ten gevolge van een plotselinge weêrsverandering en plotseling ingetreden koude, van 8 centimeter tot een halven centimeter was gedaald. Niemand twijfelt er aan, of zulk een staking in den groei staat met het dalen van de temperutuur in oorzakelijk verband, zooals ook de snelle groei op rekening van do snelle warmte vermeerdering wordt gesteld, natuurlijk in de veronderstelling, dat de andere, in 't voorgaande besproken factor van den groei, namelijk het water, in genoegzame hoeveelheid voorhanden is.

In een vorige afdeeling word aangetoond, dat de minerale voedingszouten, waaraan de plant bij de bereiding van hare bouwstoffen behoefte heeft, door tusschenkomst van water naar de plaatsen, waar ze noodig zijn, worden gebracht, en dat bij het opstijgen van dit „bedrijfswater" ook de verdamping van de aan lucht en zon blootgestelde plantendeelen een belangrijke rol speelt. Deze verdamping neemt echter veel warmte in beslag en er kan geen twijfel aan bestaan, dat de versnelde of verlangzaamde ontwikkeling oer planten voor een deel van de versnelde of verlangzaamde uitdamping tengevolge van de meerdere of mindere daarvoor beschikbare warmte afhankelijk is.

De vorming van organische stoffen in de groene cellen en de gecompliceerde omzettingen en bewegingen der stoffen, die volgen op de opstuwing van het water, kunnen ook alleen onder den invloed van warmte plaats hebben. Zoo

Sluiten