Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is eveneens de warmte eene onmisbare voorwaarde voor den eigenlijken groei, dat wil zeggen, voor de omzetting van vloeibare bouwstoffen in vaste, georganiseerde deelen van het plantenlichaam en d"e vergrooting van den omvang en de vermenigvuldiging der cellen. Het aandeel der warmte aan dit proces kan niet wezenlijk verschillend zijn van dat, hetwelk zij heeft aan andere moleculaire verplaatsingen en chemische omzettingen.

Naar de heerschende theorie is de warmte een trillende beweging deikleinste deeltjes; de trillingen van den ether, die wij als vrije warmte aanduiden, kunnen tot een overeenkomstigen bewegingstoestand der moleculen van ieder weegbaar lichaam aanleiding geven. Ook in het levende protoplasma kan een bewegingstoestand der moleculen door de warmte worden teweeggebracht, cn wij moeten ons de uitwerking dezer moleculaire bewegingen zóó voorstellen, dat die organische verbindingen, die tot bouwstoffen werden toebereid, maar die nog niet georganiseerd zijn en alleen nog maar in vloeibaren toestand naar do plaatsen zijn heengevoerd, waar er behoefte aan bestaat, daar in vaste, georganiseerde stoffen worden omgezet. Men mag zich ook voorstellen, dat deze invloed der warmte op de vloeibare bouwstoffen met het vroeger geschetste, door den turgor veroorzaakte inschuiven van bouwstofmoleculen, tusschen de uit elkaar gegane moleculen der reeds bestaande deelen, hand in hand gaat, dat dus door de samenwerking van beide factoren vloeibare, organische stoffen tot vaste georganiseerde worden, en dat op deze wijze de georganiseerde doelen in omvang toenemen, waarin toch eigenlijk het wezen van den groei gelegen is.

De werking van groeiende cellen op de omgeving.

Bij het boven geschilderde proces wordt niet onkel in het inwendige deicellen arbeid verricht, maar er komen ook naar buiten krachten door in werking, dio op de omgeving een onweerstaanbaren drang uitoefenen. Wat in dezen do schijnbaar zoo teêre cellen kunnen presteeren, grenst bijna aan liet ongeloofelijke.

Als de draadvormige hyphen der korstmossen in de fijne spleten van 't gesteente zijn binnengedrongen, dan zullen zo niet enkel door zijdelingsche drukking deeltjes doen barsten en de doorwoekerde onderlaag los maken, maar zij zullen mede als hefboomon werken en do gebarsten deeltjes uit elkander dringen. Ook de zuigcellen of rhizoïden der bladmossen en levermossen hebben een dei-gelijken invloed op hunne onderlaag. Evenals bij de korstmossen wordt die werking nog daardoor versterkt, dat door de groeiende cellen stoffen worden afgescheiden, waardoor de onderlaag gedeeltelijk in oplosbare verbindingen wordt omgezet, zooals reeds bij een vorige gelegenheid, (zie blz. 314 van Deel I) werd uiteengezet.

Men kan zich overigens van de drukking, die de teêre cellen dezer cryptogamen bij hunnen groei op de onderlaag uitoefenen, ook door proeven overtuigen.

Sluiten