is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De trillingen, die het licht vormen, en welker groote beteekenis voor de vorming der bouwstoffen en over 't geheel voor do bereiding van organische verbindingen uit anorganisch voedsel vroeger uitvoerig werd besproken, kunnen deze uitwerking niet teweegbrengen, ten minste niet onmiddellijk; ja, er bestaan gegevens, dio er toe moeten leiden, aan te nemen, dat de groei door licht zelfs beperkt en gehinderd wordt (zie blz. 1G0). Zooveel is zeker, dat de groei bij afsluiting van licht in de diepste duisternis voortgang kan hebben, als maaide beide vroeger genoemde factoren, turgor en warmte, niet worden onthouden. De meeste zaden en sporen ontkiemen in duister, de cellen der ondergrondsche stengels en lagere overgangsbladeren, die der diep onder den grond gelegen wortels, als ook de myceliën der zwammen groeien op plaatsen, die voor het licht volkomen ontoegankelijk zijn. Ook plantendeelen, die van lichte naar donkere plaatsen worden overgebracht, groeien daar voort, indien hun op de donkere plaats de noodige hoeveelheid vocht en warmte wordt geschonken.

En toch spreken ook weer zeer talrijke ervaringen er voor, dat de groei door het licht kan worden bevorderd. Een der meest in t oog vallende feiten is het volgende. Als planton op twee plaatsen worden gekweekt, die wel met betrekking tot de gedurende den groei beschikbare warmte, maat niet, wat betreft de intensiteit en den duur van den invloed des lichts overeenstemmen, dan vertoonen ze op die plaats den krachtigsten groei, waar het licht steiker en langer kan inwerken. Zoo groeien do planten in het hoogo Noorden, op plaatsen, waar ze dagelijks ongeveer 20 uren lang verlicht worden, veel sneller dan op zuidelijker breedten, waar zo slechts 12 uren lang aan hot licht zijn blootgesteld, en dat zelfs dan, als hun in dezelfde tijdruimte op de Noordelijke standplaats betrekkelijk minder warmte wordt geschonken.

Athene, Weenen, Christiania,

Begin van den bloei. 3?0 5g, N R 48„ l r N B , -9o 5iV N B<

Leverbl oem, llepaticn trilobn. . 22 Januari 11 Maart 2 April

Sleedoorn, Prunus spinosn ... •> februari 18 April 18 Mei

Kerseboom, Primus avium ... 1 Maart 1!' April 1!) Mei

Pereboom, Pirus communis . . . 20 Maart 2-5 April 22 Mei

Berberis, Berberis vulgaris . , , j 10 April 0 Mei (> Juni

Gewone Vlier, Satnbucus ni(jra • \ 15 April 2C> Mei 2 Juli

Liguster, Ligustrum vult/are . ■ 20 April 4 Juni <> Juli

Witte Lelie, Lilium ccmdiilum ■ 1 Mei 24- Juni 10 Juli

Uit bovenstaande tabel, die het begin van den bloeitijd aangeeft, als liet tijdstip voor een vergelijking van een bepaalden wasdomsgraad het best geschikt, van verscheiden zeer verspreide planten op de plaatsen Athene, Weenen en Christiania blijkt, dat Athene tegen Weenen 46 dagen, Weenen tegen Christiania echter slechts 29 dagen vóór is. En toch bedraagt hot onderscheid in geographische breedte tusschen Athene en Weenen 10° 13' en dat tusschen