Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lieid sneeuw, die op die koude hoogten gedurende den langen winter valt, en men meent, dat de planten der Alpen door den bijzonderen vorm en den stand van hun stengels en bladeren tegen de nadeelen van den sneeuwdruk worden beschermd. Dat de drukking der sneeuwlagen middellijk invloed heeft op de gedaante en de richting der stengelvormingen kan niet worden ontkend, en in de volgende bladzijden zal die invloed in een bijzonder leerrijk voorbeeld, namelijk bij den Bergden, nader worden aangetoond. Doch het zich aansluiten bij den grond, dat de planten der Hoogalpen doen, kan slechts voor een deel tot die oorzaak worden teruggebracht.

Wie meent, dat de sneeuwmassa's in het hooggebergte met toenemende verheffing boven het niveau der zee steeds grooter en zwaarder worden, vergist zich schromelijk. De hoeveelheid gevallen sneeuw neemt enkel tot een hoogte van 2500 M. boven de zee toe, dus slechts tot de grens der boschjes van Borgdennen, Dwergjeneverbes, Alpenelzen en Alpenrozen; van daar af neemt de hoeveelheid van den neerslag weer beslist af en ter hoogte van 3000 M. ligt de sneeuw niet dikker dan heel beneden in de dalen. Waar de sneeuwbedekking van den winter in de bergstreken het hoogst is, groeien nog boomen uit den grond; daar staan nog sparren, lariksen en ceder dennen of arven {Pinus ceinbra), en deze zijn door de groote elasticiteit van hun twijgen en door de schuine richting hunner oudere takken in staat, zeer groote sneeuwlasten te dragen, zonder te breken of te knikken.

De door zeer verlengde, tegen den grond gedrukte stammen en takken gekenmerkte wilgen van het hooggebergte, als Sul Lr serpyllifoUa, retusa, Jacqu'niiaua, reticidata, op de volgende bladzijde afgebeeld, groeien echter nog ver boven de boomgrens op een hoogte boven de zee, waar de hoeveelheid sneeuw reeds weer afneemt en in geen geval grooter is dan in de dalen, in welke veel heester- en boomvormige wilgen, langs de oevers deibeken, hun rechte stammen en slanke takken verschillende meters hoog boven den grond verheffen. Ook moet men bedenken, dat de tegen den grond gedrukte houtgewassen in de streek der Hoogalpen zeer dikwijls tegen steile wanden staan, waar de sneeuw niet goed kan blijven liggen en in geen geval zich hoog kan opstapelen of hevige drukking op stammen en takken kan uitoefenen. De sierlijke Thymbladige Wilg, Salix serpijllifulia, groeit met bepaalde voorliefde tegen de zijwanden der rotsen en overdekt die geheel als met een tapijt; en lihamnus pumila, een dwergachtige Vuilboom-soort, komt uitsluitend voor aan steile hellingen, waarde plant wortelt in de spleten der smalle rotsterrassen, en van daar uit verder groeiend, den loodrechten rotswand als met klimop bekleedt.

In al die gevallen kan er geen sprake zijn van een invloed van beteekenis, door de drukking der sneeuw uitgeoefend, en men moet een andere verklaring zoeken.

Zijn 't mogelijk hevige winden, die het opkomen van houtige planten met opgerichte stammen in 't gebied der Hoogalpen onmogelijk maken? Als men de nevel- en wolkenlagen over de toppen der bergen ziet voortjagen, kan men zich wel een voorstelling maken van do hevigheid der luchtstroomingen,

Sluiten