is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De hoogste temperatuur in de oppervlakkige lagen van den grond werd dicht bij den aequator op het station Chinchoxo aan de Loangokust in WestAfrika waargenomen. Zij overtrof in vele gevallen de 75°, bereikte dikwijls 80° en zelfs 84.6°. Ook op dezen grond ontbreekt het in den regentijd niet aan éénjarige gewassen, en ongetwijfeld hebben de droge zaden dier planten in het soms tot boven 80° verhitte zand maanden aaneen gelegen, zonder daardoor hun kiemkracht te verliezen.

Men heeft door proeven ook aangetoond, dat zaden, waaraan men door chloorcalcium zooveel mogelijk vocht had onttrokken, tot op het kookpunt van water kunnen worden verhit, zonder dat ze erdoor worden gedood. Van verschillende zaden, waaraan men 50 uren lang water had onttrokken en die daarna 3 uren lang tot op 100° werden verwarmd, ontkiemden nog die van linzen, en wel 49 percent van het voor de proef gebezigde aantal, die van wikken voor 50 percent, van knoflook voor 60 percent, van tarwe voor 75

Lecanora esculenta, hot Mauna-mos, oon korstmos in do woostijn. Zio blz. 231.

percent, van majoraan voor 78 percent en van meloenen voor 96 percent. Zelfs van de vroeger uitgedroogde zaden, die ongeveer 15 minuten lang aan een temperatuur van 110° tot 125° werden blootgesteld, ontkiemden altijd nog een klein percentje, en de mogelijkheid is niet uitgesloten, dat er soorten zijn, welker zaden nog hooger temperaturen zonder schade kunnen doorstaan.

Uit deze ervaringen blijkt voldoende, dat de eiwitachtige stoffen van het protoplasma veel water kunnen afgeven, zonder er nadeel van te ondervinden, en dat door de waterafgifte, tot op zekere hoogte, bescherming wordt verkregen tegen het stollen en verschroeien.

In de vrije natuur komen ook de meeste inrichtingen, waardoor de planten tegen het verschroeien worden beschut, neer op een tijdige afgifte van water. T)e op steenen groeiende planten, met name de korstmossen, die het meeste gevaar loopen te worden verschroeid, zijn zóó georganiseerd, dat ze in zeer korten tijd veel water kunnen afgeven; zij worden dan stijf en broos, men kan ze fijn wrijven tot stof, en 't is bijna ongelooflijk,