Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou ongetwijfeld nog tot veel interessante uitkomsten kunnen leiden. De vaststelling van het begin der verschillende ontwikkelingsverschijnselen, van het tijdstip der ontplooiing van bladeren en bloemen, van den tijd van het rijp zijn dei vruchten en dien van het vallen der bladeren in den herfst, voor een zoo groot mogelijk aantal waarnemingsstations, is niet enkel een hoogst aantrekkelijke opgave, maar zij is ook van groote wetenschappelijke waarde, zoowel voor het onderzoek van het leven der planten als ook in t bijzonder voor de plantengeografie, doordien de grenzen, die aan de verspreiding der gewassen gestold zijn, voor een groot deel hun verklaring hierin vinden, dat bepaalde soorten aan gene zijde van do grens hun jaarlijkschen ontwikkelingscyclus niet moer kunnen doorloopon. Bovendien zou de vaststelling van die tijdstippen van aanvang der ontwikkelingsverschijnselen bij de planten van groote beteekenis zijn voor de klimatologie, daar de jaarlijksche ontwikkelingsgang der gewassen in vele gevallen het klimaat van een streek veel aanschouwelijker voorstelt dan de gang der op die bepaalde plaats opgestelde instrumenten.

Deze zoogenaamde phaenologische waarnemingen, die strekken tot vaststelling van den tijd, waarop aan liet einde van don winter de natuur ontwaakt, of waarop na afloop van den tijd der droogte alles herleeft, van den tijd ook, waarin groei en bloei hun hoogtepunt bereiken, en van de periode, gedurende welke de organismen wegens de ongunst der uiterlijke omstandigheden in een winter- of zomerslaap vervallen, zijn dus ook dan van belang als het niet gelukt, voor 't begin van elk verschijnsel de warmteconstante te berekenen. De volgende, in twee tabellen gerangschikte uitkomsten van zulke phaenologische waarnemingen zullen dit bevestigen. I>e eerste dezer tabellen geeft een overzicht over de verlating der vegetatie-ontwikkeling in do lente bij hoogere breedte in Europa.

VERGELIJKING MET LF.SINA, IN DE ADRIATISCHE ZEE,

OP 43° 11' N.B. EN 34° 7' O.L.

Plaatsen tussoheii Verlating- Plaatsen tnssehen Verlating Plaatsen tnsschen Verlating

Noorder . ^ 20sten en , in don nOsten en in Jen 4Oston en den! in

breedte. j .,0sten merjjiaalli dagen. 40sten meridiaan. | dagen. | C2ston meridiaan. [ dagen.

48—49" Parijs .... 43 ! Presburg . . 58 Sarepta. . . <><>

50—51° Brussel . . . 50 Praag . . . . 59 Kiëf <>8

52—53° Osnabrück . G3 Warschau . 05 Orel 70

59—00° j Ohristiania. 80 — ; - Pulkowa. . . 100

Tot uitgangspunt werd bij deze vergelijking liet eiland Lesina in de Adriatische Zee gekozen en wel omdat daar de klimaatstoestanden het midden houden tnsschen die van do op gelijke breedte in West-Europa met zijn zeeklimaat en in Oost-Europa met zijn vastlandsklimaat gelegen plaatsen. De bij Lesina vergeleken en niet hooger dan 300 M. boven de zee gelegen waarne-

Sluiten