Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den indruk van doelmatigheid, ja ze winnen het daarin vaak van het menschenwerk, wat hun geschikte indeeling betreft. Men kan immers, helaas, niet altijd van menschenwoningen zeggen, dat ze met het oog op de gegeven uitwendige omstandigheden volkomen doeltreffend uitgevoerd zijn, terwijl geen plant leeft en in stand blijft, of ze heeft zich naar de haar gestelde levensvoorwaarden geschikt. Het merkwaardigste daarbij is, dat de aanpassing hij de planten niet onmiddellijk door uitwendige invloeden wordt veroorzaakt, maar dat de afzonderlijke deelen reeds in hun eersten aanleg en in hun allereerste ontwikkelingsstadium, dus reeds in den tijd, waarop van een invloed van beteekenis der buiten de plant werkende krachten op den vorm nog geen sprake kan zijn, den meest geschikten vorm bezitten en de meest geschikte plaats innemen. Die aanpassing wijst dus op een vooraf vastgesteld plan, een echt bouwplan, voor de doelmatigste verdeeling der ruimte ten behoeve der toekomstige verdeeling van arbeid, een plan ook voor de voordeeligste constructies van het gansche samenstel, voor den meest geschikten aanleg van leidingen en ventilatie-inrichtingen en vele andere zaken, die de plant in de toekomst ten goede zullen komen.

Is men eenmaal tot die veronderstelling gekomen, dan mag toch nog wel eens de vraag worden opgeworpen, of het wel aangaat, bij de planten van een bouwplan fe spreken. In den zin, waarin men van het bouwplan eener menschelijke woning spreekt, zeker niet. De plant bouwt zich niet op ten gevolge van een door haar vooruit bedacht plan, maar haar deelen erlangen den bepaalden vorm als het ware naar een voorgeschreven regel, uit innerlijke noodzakelijkheid, precies als een kristal, waarvan de vorm uit de chemische samenstelling der vloeistof, waarin liet ontstaat, voortvloeit. Zoo goed, als men echter kan spreken van het grondplan of van den symraetrischen aanleg, ja van het bouwplan der kristallen, zoo is het ook geoorloofd van liet bouwplan of, als men dat liever hoort, van de vormingswet der groeiende plant te spreken. Het bouwplan is voor elke plant gegeven, liet is haar voorgeschreven door haar specifieke geaardheid, en in zoo ver heeft elke soort haar eigen, van uiterlijke invloeden volkomen onafhankelijk bouwplan, dat zij zoo lang volgt en ook zoo lang moet volgen, als haar specifieke aard niet verandert.

Onder dien specifieken aard of do constitutie der plant verstaan we niet alleen de chemische samenstelling, het bepaalde aantal atomen en de eigenaardige verbinding daarvan tot moleculen, maar ook de vereeniging van moleculen tot bepaalde groepen van hooger orde, die in het plantenlichaam even goed moet zijn geregeld als in hot lichaam van liet kristal. E11 wij moeten aannemen, dat deze verbinding der moleculen voor iedere plantensoort een eigene is, ja nog meer, dat do stofdeeltjes, die bij den groei aan de reeds aanwezige moleculen worden toegevoegd, altijd weer ondergeschikt zijn aan do daar heerschende wetten van symmetrie, en dat dus deze groepeering niet enkel een specifieke, maar ook een gelijkblijvende en standvastige is.

Sluiten