Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een molecule tot een millimeter is dan ongeveer zóó, als die van een millimeter tot de lengte van een weg van een kilometer.

Een voorwerp van deze afmetingen onttrekt zich aan onze zinnelijke waarneming. De beste vergrootingstoestellen zullen ons daaromtrent niets kunnen mededeelen, zooals uit de volgende beschouwingen blijkt. Men heeft goudvliesjes gemaakt, welker dikte slechts het honderdste deel van do golflengte van liet licht bedraagt en die men schatte dat nog slechts 3 tot 5 moleculen op elkander bevatten. Deze goudvliesjes waren bij wit licht doorschijnend, wat wel als bewijs mag gelden, dat er reeds lichtstralen door de ruimten tusschen de moleculen heengingen. En niettegenstaande dat deden zich zulke goudvliesjes onder de beste microscopen voor als een aaneengesloten massa; het was niet mogelijk, de hen opbouwende, afzonderlijke moleculen te herkennen. In het beste geval kunnen onze microscopen voorwerpjes zichtbaar maken, die uit ongeveer twee millioen moleculen bestaan.

Daar ieder vast uitgangspunt ontbreekt, om te kunnen meten, hoe groot het aantal moleculen is, waaruit de piasomen bestaan, en op welke wijze zich hierbij de moleculen groepeeren, zou het ook gewaagd zijn, vermoedens te opperen aangaande de grootte der piasomen. Wel kan de mogelijkheid niet geheel zijn uitgesloten, dat men piasomen, met name die van eiwitachtige lichamen, welker moleculen uit zeor talrijke atomen zijn samengesteld, (zie blz. 111) met het microscoop in hun omtrekken en vormen waarneemt, vooral in aanmerking genomen de omstandigheid, dat onze microscopen nog voor veel verbeteringen vatbaar zijn; de waarschijnlijkheid is echter slechts zeer gering, en zooals de zaken nu staan, zouden alle uiteenzettingen van cenige beteekenis gelijken op een gebouw, waarin de eene onzekere hypothese den grondslag moet vormen van een tweede nog wankeler staande hypothese.

He zichtbare bouw werkzaamheid in het protoplasina.

Al zal het ook, zooals uit de voorafgaande uiteenzettingen blijkt, waarschijnlijk nooit gelukken, de piasomen, laat staan dan do moleculen, waaruit de georganiseerde doelen der levende planten zijn opgebouwd, te zien; en al moet het streven, een beeld te ontwerpen van deze voor onze zintuigen niet waarneembare kleine bouwsteenen, zich tot vermoedens bepalen, toch kunnen wij de werking der massa, de bouwende en vormende werkzaamheid der protoplasten, met onze oogen volgen. 1 Iet gemakkeiijkst is deze vormende arbeid waar te nemen bij de betrekkelijk groote protoplasmalichamen van slijmz wammen (zie blz. 129 van Deel 1), vooral bij het tot stand komen van dien ontwikkelingstrap, die aethalium wordt genoemd.

Een met voorliefde op de schors van afgevallen dorre pijnboomtakken voorkomende slijmzwam, namelijk Leocarpus fragilis, vormt als zoogenaamd

Sluiten