Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV. DE PLANTEN ALS VOLTOOIDE BOUWWERKEN.

9. De opeenvolgende trappen, van de cel tot volwassen plant.

Alle planten zijn sterfelijk; maar alle bezitten ze ook liet vermogen, zicli tijdig te vernieuwen en te verjongen, zoodat, trots den begrensden duur en trots de vergankelijkheid der afzonderlijke wezens, de tegenwoordig op aarde levende soorten in hun bestaan niet worden bedreigd. I)e verjonging heeft steeds plaats door tusschenkomst van hot protoplasma eener enkele cel, door een klompje slijm, dat wegens zijn geringen omvang slechts in hoogst zeldzame gevallen met het bloote oog kan worden waargenomen. De krachtigste palm moet bij zijn verjonging even goed door dit stadium van ééncelligheid heen gaan als het kleinste schimmelplantje, en er bestaat alleen in zoo ver een onderscheid, dat bij de groote, meestal ook lang levende planten het langer duurt, eer dit stadium intreedt, terwijl bij de kleine plantenvormen in don loop van een jaar verschillende generaties elkander kunnen aflossen en vervangen. Steeds groeit de protoplast in de verjongingscel op kosten der omgeving, neemt den vorm aan, die eigen is aan zijn soort, doet dat op de daarbij passende wijze en verdeelt zich, als hij een zekere grootte heeft bereikt, in twee of meer protoplasten, die het vermogen hebben geërfd, op dezelfde wijze als zijn voorvaderen te groeien, zich te vermenigvuldigen en zich te verjongen.

Elk van die protoplasten afzonderlijk moet als een individu worden beschouwd. Ook dan als de door voortdurende deelingen ontstane, aangrenzende protoplasten met elkander in gemeenschap blijven, wat in de meeste gevallen gebeurt, behoudt toch ieder op zich zeiven een zekeren graad van zelfstandigheid en onafhankelijkheid, en uit de gemeenschap buitengesloten, is hij niet noodzakelijk blootgesteld aan verderf en ondergang, maar kan, hoewel van de zijnen gescheiden, in gunstige omstandigheden zich vergrooten, verdoelen en verder groeien. Bij niet weinige soorten, die eencellige planten worden genoemd, is het zelfs gebruikelijk, dat ieder protoplast zich, dadelijk nadat bij gevormd is, afscheidt en zelfstandig verder voort leeft. Intusschen komt toch voor al die soorten van eencellige planten een tijd, waarin ze elkaar weer

Sluiten