is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontstaan veelvertakte plantengebouwen, die vaak een grooten omvang bereiken en te beschouwen zijn als samengestelde planten. In zeldzame gevallen raken de zijwaarts ontspruitende knoppen van de hen voortbrengende plant los, vóór ze nog volwassen zijn, en dan ontstaat uit zulk een knop, dien men broedknop noemt, afgescheiden van de moederplant, een afzonderlijke plant.

Het is hier de plaats even te wijzen op de analogie tusschen planten en dieren. In polypeilstokken blijven door knopvorniing ontstane afzonderlijke polypen met het moederdier in verbinding en gedragen zich dus als de takken van een samengestelde plant. Daarbij bestaat bij de deelen ook nog de merkwaardige onderlinge betrekking, dat do verteringsruimten der afzonderlijke polypen met elkander in gemeenschap staan, en dat de sappen, die door de enkelingen worden opgenomen, ten goede komen aan de gemeenschap, dus aan den gelieelen stok. Deze verbinding der afzonderlijke deelen door communiceerende sapgeleidende ruimten is ook te vinden bij de planten. Wij noemen daar de leidingen, welke de deelen met elkaar verbinden, vaatbundels en hebben reeds dikwijls gelegenheid gehad, daarover te spreken.

Deze vaatbundels zijn een kenmerk der lioogere planten en ontbreken liij allo andere vormen van celverbintenissen, met name ook bij de gemengde verbonden, waarvan er vele, bij voorbeeld de bladmossen, met die hoogere planten groote uitwendige overeenkomst hebben. De in dit opzicht bestaande tegenstelling was ook de aanleiding, dat men de planten, wat hun bouw aangaat, in twee groote groepen heeft verdeeld, in do groep van die, welke in hun lichamen vaatbundels als architectonisch element bezitten en die, welke dezen vorm van celverbond missen. De eerste noemde men vaatplan te 11, do laatste celplanten, of boter loofplanten, Thallophyta. Men verstaat namelijk onder loof of thallus allerlei verschillende plantendeelen, die geen vaatbundels bezitten, dus niet enkel al de verschillende celgemeenschappen en celverbonden, maar ook de slijmzwam-massa's, ja zelfs de koloniën 011 zwermen van eencellige planten.

Opvallend en tot nadenken stemmend is liet verschijnsel, dat de meeste der in het water levende planten geen vaatbundels bezitten en dus, naar die oudere aanduiding, behooren tot de „loofplanten", en dat aan den anderen kant die gewassen, die den vorm van samengestelde planten met vaatbundels hebben aangenomen, bijna zonder onderscheid tot de afdeeling der in den grond wortelende planten behooren. Men zou die tegenstelling nog nauwkeuriger aldus kunnen formuleeren, dat planten, die geheel hun leven, of minstens voor den tijd dat ze voedsel opnemen, door water zijn omhuld, rottingsplanten, die geheel in humus, en woekerplanten, die volkomen in de voedster zijn verscholen, hun voedsel opnemen met alle cellen hunner oppervlakte, en zulke gewassen hebben geen behoefte aan gemeenschappelijke, alle leden passeerende en hen onderling verbindende sapgeleidende buizen; die planten daarentegen, welker bladeren 011 stengels door lucht zijn omgeven, planten die vloeibaar voedsel opnemen uit den bodem, waarin de wortels zich bevinden, die het in de diepte opgenomen vocht