is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien stand van zaken hebben de zaadlobben een geheel andere functie; zij spelen dan de rol van bemiddelaars, en hun eerste werk bestaat daarin, dat zij de in het kiemwit vloeibaar geworden voedingsstoffen overnemen en ze voeren naar de groeiende doelen der kiemplant. Om dat te bereiken, is het noodig, dat die cellen der zaadlobben, die naast het kiemwit liggen, 't vermogen bezitten, er organische verbindingen uit op te zuigen en ze verder te vervoeren. Ze zijn ook inderdaad op dergelijke wijze gevormd als de zuigcellen of wortelharen aan de wortels van rottingsplanten of aan de zuignapjes van woekerplanten en moeten dus ook als zuigcellen worden aangeduid.

Bij veel soorten, bij voorbeeld bij de Bolderik, Agrostemma Git ha go, hiernevens afgebeeld in /■ 1ig. 11, blijven de zuigcellen van de zaadlobben koit, \olmen een samenhangende laag, die grenst aan het kiemwit en herinneren aan de zuigcellen van Xeottia Nidus avis, (afgebeeld op blz. 137 van Deel I in Hg. 2). Bij andere, als bij voorbeeld bij Tradescantia, hiernaast afgebeeld in lig. 1.», doen ze zich voor als papillen, zijn zijdelings geheel of ten deele van elkander gescheiden en herinneren aan de zuigcellen der gentiaanwortels (zie op blz. 137 Deel I, Fig. 1). In weer andere gevallen, als bij voorbeeld bij tarwe, afgebeeld hiernevens in Fig. 6, verlengen de zuigcellen zich in den tijd van liet opnemen van 't vloeibare voedsel wel tien- of twaalfv oudig en wijken dan ook aan hun zijwanden uiteen, zoodat men herinnert wordt aan de zuigcellen van Cuscuta (op blz. 213 van Deel 1 in Hg. 2 afgebeeld). Ligt de kiem geheel in het kiemwit besloten, dan kan liet gebeuren, dat al haar oppervlaktecellen, die grenzen aan het voedselbevattende weefsel, dus niet enkel die van de buitenzij der zaadlobben, maar ook die van het worteltje en het stengeltje, als zuigcellen werken; ligt daarentegen de kiom slechts met één zijde tegen het kiemwit, dan hebben zich de zuigcellen ook alleen aan dien eencn kant ontwikkeld.

De kiem van de Bolderik, die als een hoefijzer rondom het kiemwit is gelegen, zooals do nevenstaande afbeelding in Fig. 8 laat zien, vertoont bij voorbeeld de zuigcellen alleen aan den onderkant van die zaadlob, die naar het midden van liet zaad is gekeerd. Menigmaal is slechts een zeer klein deel van de zaadlob, met zijn als zuigcellen dienstdoende cellen, tegen liet kiemwit aangelegen, zooals bij voorbeeld bij de gewone Ui, Allium cepa, waarbij alleen het eind der zaadlob zuigcellen bezit, (zie Fig. 17 en 1!>) of als bij Tradescantia, waar zich het eind der zaadlob als een knopvormig zuignapje voordoet, afgebeeld in Fig. 14.

Er moet ook op worden gewezen, dat in vele gevallen, waarin het kiemwit zeer uitgebreid en de kiem uiterst klein is, de opzuigende celvlakte van do zaadlob zich tijdens de ontkieming vergroot. Naar mate het reservevoedsel opgezogen wordt en het kiemwit verdwijnt, groeit het opzuigende deel van de zaadlob er achteraan. Het knopvormige eind van de zaadlob van Trasdescantia, eerst slechts van geringe grootte, wordt des te omvangrijker, naarmate het kiemwit slinkt. Ook het opzuigende uiteinde van de zaadlob van veel palmen, dat de gedaante van een hollen kegel of ook wel van een blaas heeft, bij