Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de Arecapalm en de slanke Cliamae do reeën is het uit het zaad naar buiten geschoven, scheedevormige stuk der zaadlob zeer kort, terwijl het bij de Commelynaceeën zeer lang wordt, en wel zóó, dat liet den indruk maakt, alsof de verbinding van het scheedevormige, 't hypocotyle lid en den knop omvattende stuk, met het in 't zaad achtergebleven zuigend gedeelte, door middel van een langen draad was tot stand gebracht. Ook bij den Dadel- en den Kokospalm, alsook bij de Cycadeeën, Zamia, Cerotozamia en Kncephalartos, is dit middelstuk van de zaadlob zeer verlengd. De figuren 7 tot 10, van de afbeelding op de vorige bladzijde, vertoonen de kieinplant van den dadelpalm in alle stadiën harer ontwikkeling.

Zoolang de zaadlob bij deze Dadelpalmen nog niet uit het zaad naar buiten is getreden, vormt zij een mantelvormige omhulling voor den door 't hypocotyle lid gedragen knop en zet zicli ook voort in een zakvormige bedekking van het worteltje. Hij de ontkieming groeit dan de zaadlob sterk in de lengte, het vooruitgeschoven eind doet als scheede dienst, het middenstuk wordt tot een opgerold, steelachtig orgaan en het in t zaad achtergebleven stuk vormt een hollen kegel, die daar, waar de opzuiging van het reservevoedsel plaats heeft, blaasvormig verwijd is, zooals de afbeelding in Hg- 9 en 10 te zien geeft. In een nog later stadium is het worteltje tot wortel uitgegroeid en heeft zijn zakvormig omhulsel doorbroken, terwijl aan den anderen kant de lagere overgangsbladeren aan den stengel zich hebben verlengd en te voorschijn komen uit do zaadlobscheede; zie de afbeelding ïig. Hij vele palmen wordt de zaadlobscheede een halven meter lang, en er verloopen vele maanden, eer alle reservestoffen der reusachtige, dikwijls tot 8 kilogram zware zaden door de zaadlobscheeden gevoerd zijn naar de in de diepte van een halven meter gelegen kiem en door deze verbruikt zijn.

Den vierden vorm van zaadlob vertoonen veel soorten van t geslacht Look, Allium. Het naar buiten schuiven van de kiemplant door de zaadlob heeft er op dezelfde wijze plaats, als bij de liet laatst bepreken planten, maar het belangrijke onderscheid bestaat daarin, dat hier de zaadlob, nadat zij met haar top het reservevoedsel van liet zaad heeft uitgezogen, de ruimte door de zaadhuid omsloten geheel verlaat, groen wordt en dan dienst doet als een gewoon blad. lu liet zaad van Knoflook, Alliuni saticum ligt de kiem midden in de zaadlob, zooals op blz. ?*"> in F'uj. l»i tot 19 ook voor Allium cepa is afgebeeld. Zoodia de kieming begint, schuift de zaadlob naar buiten uit de zaadhuid, groeit eerst naar boven, buigt zich dan echter knievormig om, zoodat het met het voorste eind, dat het hypocotyle lid van het stengeltje en den knop omsluit, lager komt liggen dan de zaadhuid, zooals getoond wordt in do afbeelding op dezelfde bladzijde in Fig. IX en 19. Hier ontwikkelen zich uit het worteltje, alsook uit den voet van het genoemde stengellid lange wortelvezels, die de zaadlob doorbreken, neerdalen in de lager gelegen aardlagen en de kiemplant bevestigen op de plek, waar do zaadlob haar heeft gebracht.

De punt der zaadlob ligt dan bij liet, jonge Allium-plantje nog altijd in het zaad en zuigt er nog de laatste resten van t. reservevoedsel op. /ijn deze

Sluiten