Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tigiug van zaden of vruchten op het kiembed niet door slijmerige, kleverige stoffen, maar door oneffenheden op de oppervlakte van zaadhuid of vruchtwand tot stand gebracht. Men treft er allerlei verhevenheden op aan, lijsten, tot netwerken vereenigd en puntjes met groefvormige inzinkingen ertusschen, waar de deeltjes aarde in dringen en, als ze vochtig worden, zich bij de cellen van de opperhuid aansluiten. De adhaesie is dan zeer groot en als men zulke zaden of vruchten zou willen schoonmaken, en de aanhechtende aarde uit alle kleine kuiltjes en groefjes zou willen verwijderen, zou dat veel moeite kosten en toch zou t niet volkomen gelukken. Wij moeten hier ook wijzen op de tegenstelling der tot deze groep behoorende zaden met die, welke tot een vorige groep moesten worden gerekend. Zaden met een ruwe, rimpelige, en van groefjes voorziene oppervlakte ontwikkelen nooit kleefstoffen uit hun opperhuidcellen, omdat de bevestiging op het kiembed door de oneffenheden van de zaadbekleeding tot stand komt; zaden echter met gladde oppervlakte,

De Water noot, Trapa natans, voor anker liggend.

die anders licht zouden kunnen worden verschoven, kleven vast door slijnimassa's, afgescheiden door de opperhuidcellen.

Zeer eigenaardig gedraagt zich deWaternoot, Trapa, waarvan de ontkieming op hlz. 29Ö en 296, is beschreven. Elk van de groote vruchten heeft twee paar afstaande, kruiswijs geplaatste doornen, die uit de kelkbladen zijn ontstaan, en die de vrucht gedurende de rijpwording tegen aanvallen van den kant der waterdieren beschermen. Deze doornen, alsook de geheele vrucht, zijn alleen van binnen steenhard; de buitenste lagen cellen zijn week, gaan ook onder water vrij snel te niet en laten in onregelmatige repen en vezels van het er onder gelegen, zeer vaste weefsel los. Aan den top der doornen blijft, als de zachtere deelen verwijderd zijn, niet enkel de stevige, dikke middennerf zitten, maar ook blijven daar de beginpunten van eenige bundels zeer vaste, langgerekte cellen zich vertoonen, ontspringend onmiddellijk achter de punt van de middennerf. Deze doornen zien er dus uit als ankers, zooals de afbeelding hierboven doet zien en zij werken ook inderdaad als ankers, dat wil zeggen, zij

Sluiten