Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarbij een gevolg van het aantal hoofdnerven, die van den voet uitgaan, van do afwisselende dikte en van de richting, die zij in de bladschijf volgen. Ook komt nog in aanmerking, of ze zich vorksgewijs vertakken, en of de zijnerven, die van hen uitgaan, zich voordoen als dwarsloopende lijnen of als fijnmazige netten.

Is dat laatste het geval, zijn namelijk de afzonderlijk in de bladschijf oploopende en naar den top gaande hoofdnerven door een uit hoekige mazen

Do norvatuur dor bladeren. Verschillende vormen mot meer dan é(5n hoofdnerf, 1. Topnervig, Bttpleurum falcatnm, oon soort van Doorwas. 2. Kromnervig, llydrochavis morsits ratuie, Kikkerkruid. 3. Kromnervig, Majanthemum bifolium, Tweebladig Walkruid. 4. Kromnervig, Funkia. 5. Waaiornervig, (ïinkffo biloba, Japansche Ginkgo, ü. Topnervig, Lencopuj/on (uuntiiQhami. 7. Topnervig, tevens vootnervig hij Paniassia palustris, het 1'arnaskruid. 8. I'arallelnervig, Btimbusa, Bamboes. 9. I'arallelnervig, Ori/za clandestina of Leersia oryzoides, Rijstgras. —

Ziü blz. 324 tot 330.

bestaand net van zijnerven verbonden, dan noemt men do bladeren topnervig, iicrodroom. Zulk een nervatuur vertoonen bij voorbeeld veel breedbladige soorten van Weegbree, Plantago, en de tot de Schermbloemigen behoorende soorten van het geslacht Doorwas, Bupleurum, waarvan dat van één der soorten, liupleurum falcatum, in de afbeelding hierboven in Fig. 1, is voorgesteld. !5ij dit Doorwasblad zijn de hoofdnerven saamgedrongen in den versmalden voet der bladschijf en de mazen van het net tusschen de hoofdnerven worden voornamelijk gevormd door dwarsloopende zijnerven; bij de Australische Leucupuijuii

Sluiten