Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit opzicht in de betrekkelijk korte tijdruimte eener halve eeuw werd bereikt behoort tot de meest verrassende overwinningen der natuurwetenschap. Yooi ons geestesoog zijn bosschen en velden verrezen, zooals zij langen, langen tijd geleden het vasteland der aarde in de steenkoolperiode bedekten; wij zier slanke Calamieten (fossiele Equisetaceeën) zich verheffen, stijve veêren var Cycadeeën en dicht struikgewas van allerlei Varens doen er zich aan ons voor; we zijn in staat landschappen te ontwerpen uit de Jura- en de Krijtperiode en we zien de oevers der rivieren omzoomd met Kaneelboomen altijdgroene Eiken, Walnoten en Tulpenboomen. En al die beelden uil de plantenwereld van verre en verste tijdperken konden alleen worden ontworpen op grond van bepalingen der plantensoorten met behulp van zeer minutieuse onderzoekingen omtrent rangschikking en verdeeling der nerven in d< fossiele bladeren.

Talrijke in 't oog vallende betrekkingen tusschen den bouw der bladschijvei en de eigenaardige omstandigheden van de standplaats der planten, waaraan zi gevonden worden, werden reeds bij een vroegere gelegenheid aan een beschouwing onderworpen, en wij kunnen hier gevoegelijk verwijzen naar de beschrijving vai do verschillend gevormde vlakke, opgerolde en vleezige bladeren, de schroefboog-, buis- of kokervormige bladeren enz. in liet derde hoofdstuk, op blz. 39! van Deel I.

Ook de vorm der bladstelen, steunbladeren en bladscheeden ii hun betrekking tot de eigenaardige omstandigheden der omgevinj werd bij een vroegere gelegenheid herhaaldelijk besproken, en hiei' kunnen wi volstaan met eraan te herinneren, dat de bladsteel hoofdzakelijk tot taak heeft de licht behoevende groene bladschijven te draaien en te keeren, op te heffei of te doen dalen, hen ten allen tijde te plaatsen in het rechte licht en ze trot: storm en onweer steeds te houden in den gunstigsten stand en in do best< conditie.

De voornaamste taak van de steunbladeren bestaat daarin, dat zij di overmaat van licht van de nog jeugdige, pas uit de knoppen te voorschiji gekomen bladschijven afhouden en deze ook beschermen tegen te groot warmte verlies in heldere nachten. Dikwijls worden door de steunbladen ook de knop schubben vervangen, als bij voorbeeld bij Vij genbo omen en Cecropia s, afge beeld op blz. 99 in Fitj. 4, welker nog zeer kleine saamgerolde bladschijvei in de steunbladen gewikkeld zijn als in gesloten zakjes. Zoo aan de steunbladei enkel de hier aangeduide opdrachten toekomen, vallen zij geregeld op dei grond, als de door hen beschermde bladschijven zich hebben ontplooid. Daardoo ziet men kort na de ontplooiing der bladeren van eiken, beuken, lindei en andere boomen den grond in de uit deze boomen bestaande bosschen me verbazende hoeveelheden afgevallen steunbladen bestrooid.

Als de steunbladen echter aan de kanten van den bladsteel blijven zitte en groen weefsel bevatten, kunnen ze de groene bladschijven steunen in hu functie en evenals deze uit anorganische voedsel organische stoffen bereiden. B Waldmpistnr'' of ï, 1' « vn-V r o u we n h e d s t r oo . Axnerulu <xloriihi. ook bi

Sluiten