Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die rangschikking, en wel ziin ze bij do eerste zóó gegroepeerd, dat de kleinste

beneden en de grootste boven komen te staan, terwijl bij de laatste het omge¬

keerde het geval is.

Yeel vaker komt het voor, dat do bloembekleedselen twee op elkander volgende cirkels of gordels vormen. Bestaat de onderste gordel uit groene bladeren, welker weefsel met dat der groene stengelbladen overeenkomt, terwijl de bovenste uit teedere, bladachtige deelen bestaat, die alle mogelijke kleuren

Blo om 011. 1. Bloeiselieedo van een Aroidee, Colocasia antiquorum. 2. Bloom van een Cactussoort mot in een spiraal geplaatste bloenideelen. 3. Lengtedoorsnede van de bloem van Chrysobalanus; in liet midden ziet men liet vruchtbeginsel mot den zijdelings daaruit ontspringenden stijl. 4. Lengtedoorsnede deibloem van Calycantlins, met in een spiraal geplaatste bloenideelen. 5. Bloem van do Grootbladige Linde, Til in grandifolia; men ziet uit liet vruchtbeginsel don stijl oprijzen, die uit do toppen der vijf vruchtbladen is gevormd en afgesloten wordt door een vjjflobbigen stempel. Zie blz. 3:14 en volgende.

behalve de groene kunnen bezitten, dan heet de eerste gordel kelk, calix, do daarboven geplaatste kroon, corolla. Als alle bloembekleedselen gelijk van vorm en kleur, of althans in hoofdzaak gelijk zijn, waarbij het onverschillig is, of zij slechts één of twee kransen vormen, dan spreekt men van een bloemdek, perigonium. Dit is óf groen, dus kolkachtig, ól' niet groen, dus kroonachtig. Zoowel de deelen van hot bloemdek, als ook die van kelk en kroon kunnen van hun vrije einden tot hun beginpunten volkomen los van elkander of vrij zijn, zooals de afbeelding op blz. 337 in Fhj. 1, 3 en 4 laat

Sluiten