is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schillen. Zoo bij voorbeeld hebben de bloembekleedselen iii de bloem van den Tulpenboom (Liriodendron), den stand 3, terwijl de meeldraden gerangschikt staan volgens de formule .'4. Bij de Boterbloem. Banunculus, is de

Bloembekleedselen. 1. Actinomorph, vrijbladig bloemdek van Phytolacca decundra. 2. Actinomorph, vergroeidbladig bloemdek van het Lelietje van Dalen, Convallaria majalis. 3. Zygomorph, vrijbladig bloemdek van Breedbladige Moeraswortel, Kpipactis latifolia. 4. Rannnculus ylacialis, kelk en kroon actinomorph, vrijbladig. 5. Braakwortel, Cephaëlis ipecacuanha, kelk en kroon actinomorph, vergroeidbladig. 6. Gewoon Alpenklokje, Soldanella alpina, kelken kroon actinomorph, vergroeidbladig. 7. Gewone Rolklaver, Lotux corniculatus, kroon zygomorph, vrijbladig, vlinderbloemig, (van ter zijde gezien). 8. Brem of Bezemkruid, Sarothauinus scoparius, dezelfde vorm van voren gezien. 9. Alpenvlasbek, Linaria alpina, kroon zygomorph, vergroeidbladig, gemaskerd en gespoord. 10. Wonderbloem, Mi malus Intens, dezelfde vorm maar ongespoord. 11. Gewone Esch, Fraxinus excelsior, bloem zondor bloembekleeJsels. Alle figuren een weinig vergroot. Zie blz. 335 en 33<i.

stand der bloembekleedselen j, der meeldraden 58T; bij de Veelknoopigen die der bloembekleedselen 'j> en die der meeldraden f.

Daar in de bloemen van elke soort het aantal meeldraden standvastig is zoo zelfs, dat bij voorbeeld in de bloemen van Lidsteng, Iiippuris, altijd slechts 1, in die van de Sering 2, in die der Lischbloemen 3, in de A. Kernf.r vos Marilaüh, Het leven der planten. II. 22