is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangetroffen. Het merkwaardigst doen zij zich nog voor bij eenige soorten van liet geslacht Vogelmelk, bij voorbeeld bij Ornithogalum nutans, de Knikkende Vogelmelk, en bij Ornithogalum chloranthum, bij de Looksoorten b.v. Alliutn rotundum en sphaerocephalum, en bij Monnikskap, Aconitum, zooals, van de beide laatstgenoemde, de afbeeldingen in Fig. 18 en 20 laten zien. Menigmaal, als bij voorbeeld bij Doryphora, zijn de steunblaadjes aan den voet der meeldraden tot honigafscheidende klieren vervormd, zooals in Fig. 31 is afgebeeld.

Bij de reeds vroeger vermelde vergroeningen der bloemen komt het soms voor, dat de meeldraden in vruchtbladen veranderd zijn, of dat er zich enkele vormen hebben ontwikkeld, die half meeldraad, half vruchtblad zijn. Bij zulke vergroeningen valt op merken, dat de helmknop of althans het verhevenlieidje, dat als niet uitgegroeide helmknop moet worden beschouwd, gewoonlijk hooger staat dan dat gedeelte van het vruchtblad, dat de later te bespreken zaadknoppen bevat, (zie afbeelding op blz. 339, Fig. 1 en 9). Dit komt ook zeer goed overeen met tal van andere verschijnselen, waaruit men mag afleiden, dat bij een deel der zichtbaar bloeiende planten de omhulling van het vruchtbeginsel eigenlijk ontstaat uit het scheedegedeelte der bovenste bloeibladen, dat de stijl beantwoordt aan den bladsteel en dat de stempel moet worden beschouwd als de veranderde bladschijf van deze bovenste bloeibladen of vruchtbladen.

Overigens toont de vergroeiing van een bloem van Saxifraga stellaris, een Steen breek soort, voorgesteld op de afbeelding van blz. 339 in Fig. 12 en 13, dat helmknoppen en vruchtbeginsels ook uit hetzelfde gedeelte van den bladsteel kunnen voorkomen, zooals uit het volgende moge blijken.

Er waren aan deze bloem, zie Fig. 12, 5 neergeslagen kelkbladeren en 5 smalle opgerichte vergroende kroonbladeren te zien; en in 't midden stond als afsluiting het vruchtbeginsel, uit twee vruchtbladen bestaande, in Fig. 12 donker gestreept, zooals het bij steenbreekbloemen gewoonlijk voorkomt. Tusschen de bloembekleedselen en het vruchtbeginsel waren op de plaats, waar anders tien meeldraden een gordel vormen, tien blaadjes te zien, die in een zeker opzicht aan meeldraden, in een ander opzicht weer aan vruchtbladeren herinnerden, en ook levendig deden denken aan de om hun uitgeholde stelen beroemde bladeren van de dierenvangende C'ephalotus, Sarrairnia en Nepenthes, die op blz. 150 tot 1<>3 van Deel 1 besproken zijn. Een enkel van die zonderling gevormde deelen is in Fig. 13 van blz. 339 op grootere schaal afgebeeld. Het vrije uiteinde ervan werd gevormd door een onregelmatig gekartelde schub, die met den stempel van den stamper, maar ook even goed met het boven den helmknop zich verheffende aanhangsel kan worden vergeleken en als gemetamorphoseerde bladschijf is op te vatten. Wat daaronder volgt kan niet anders dan als de bladsteel worden beschouwd; deze was diep uitgehold, en in de holte waren rechts en links, aan elke zijde vier rijen gele, wratachtige lichaampjes te zien, die men op 't eerste gezicht voor zaadknoppen zou hebben kunnen houden, maar die bij nader onderzoek zoogenaamde oermoedercellen van stuifmeel bleken te zijn,