Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der, spruiten met en spruiten zonder bloemen voortbrengen. Dat hierbij wel eens een enkele maal de vorming van bloemen cn vruchten kan uitblijven, spreekt vanzelf. Dit verandert echter niets aan den regel, evenmin als de «e(»even indeeling in monocarpische éénjarige, tweejarige en veeljarige, en in poTycarpische of overblijvende planten uitsluit, dat door bepaalde uitwendige tusschenkomst, bij voorbeeld door verminking, de tijd van leven der tweejarige planten over verscheiden jaren kan worden uitgebreid, waarop wij later nog

eens zullen terugkomen.

Van grooten invloed op de gedaante der planten is de omstandigheid, ot

de van den eigenlijken stengel uitgaande bladeren dicht opeengedrongen staan of ver uit elkander. Als de jaarlijksche toeneming in lengte van den stenge zoo gering blijft, dat de door den laatste gedragen bladeren zijn as geheel bedekken, spreekt men, zooals wij reeds opmerkten, van een korttak ot „korte loot"; als daarentegen de groei gedurende een jaar den stengel zoozeer heeft verlengd dat hij niet bedekt wordt door de ver uiteenstaande bladeren, wordt dit aangegroeide gedeelte een langtak of een „lange loot" genoemd, waarvoor de Duitschors de namen „Kurztriob" en „Langtrieb" hebben.

Er zijn planten, welker eigenlijke stengel levenslang enkel voortgroeit met korte loten. Zoo bij voorbeeld ontwikkelt de stengel der hiervoor afgebeelde Yucca qloriosa jaarlijks nieuwe korte loten van ongeveer 5 centimeter hoogte. De bladeren, die van dit deel van den stengel uitgaan, staan buitengewoon dicht opeen en vormen een kuif of rozet, Als zich een volgend jaar de stengel weer met een kort deel verlengt, sterven de bladeren van vroegere jaren langzamerhand af, en er blijven slechts vliezige en vezelige resten van de bladscheeden over, of vaak ook slechts smalle tanden, die de litteekens der plaatsen van loslating omringen, en de rozet of de kuif van groene, fnssche bladeren wordt dan gedragen door een ontbladerden stronk, een zuilvormigen stengel of stam Dit gaat zoo voort vele jaren achtereen, en men ziet dan boven den met litteekens bezetten, bijna overal even dikken stam, de reusachtige bladrozet al hooger en hooger zich boven den grond verheffen.

Deze vorm van stengel wordt vooral bij planten der tropische en subtropische gebieden aangetroffen, met name bij de Cycadeeën, Pandanaceee n. Xanthorrhoea's, Liliifloreeën en Palmen. Meestal is de stengel bij deze planten onvertakt. Toch zijn er ook eenige soorten, zooals Hyphuene Thebaica, de zoogenaamde „Dom pa lm", en de Drakenbloedboom, Dracaena Draco, welker stengel zich wel in takken verdeelt.

Veel algemeener dan de enkel met korte loten voortgroeiende planten zijn die, welker stengels of stammen alleen uit lange loten zijn opgebouwd. Daartoe behooren niet alleen tallooze al of niet overblijvende kruiden, maar ook vele heesters of struiken en boomen van de meest verschillende familiën

en uit allerlei floragebieden.

Er zijn ook planten, welker stengels gelijktijdig of in bepaalde tijdruimte afwisselend langtakken en korttakken ontwikkelen. Die, welke bij de Dennen, Pinus, uit de knoppen te voorschijn komen, moeten

Sluiten