Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bontste bloemen. Hier schittert een bouquet in vuurgloed, daar schommelt een lange, blauwe tros in den zonneschijn, en hier weer is een donkere wand, doorstikt met honderden lichte, stervormige passiebloemen. En waar bloemen prijken en vruchten rijp worden, ontbreekt het ook niet aan gasten ervan, aan t bonte volk van vlinders en de vroolijke zangers van het woud, welker liefste speelplaats de met lianen doorvlochten woudzoom is. Het is opvallend, dat landschappen, waarin lianen op den voorgrond treden, zoo zelden door kunstenaars worden voorgesteld. De reden ligt misschien daarin, dat zulke landschappen, zoo ze natuurgetrouw worden weergegeven, te bont, te onrustig en diuk zijn, en dat ze, al kunnen de bijzonderheden van den voorgrond duidelijk zijn, toch een rustigen, stemmingwekkenden achtergrond moeten missen.

Na het tot hiertoe over de lianen gezegde zou men kunnen meenen, dat deze plantenvormen enkel inheemsch zijn in de tropen, wat onjuist is. Xog in de omgeving der Canadeesche meren en in t gebied van de groote MiddelEuropeesche stroomen, Donau en 1'ijn, klimmen verschillende soorten \an het geslacht Clematis, de Boschdruif en ook Wilde Wingerd, Klimrozen, Kamperfoelie, Bramen, Menisper ma ceeën enz., in de kronen der boomen omhoog, en zelfs de bosschen van onze Vooralpen herbergen nog een der bekoorlijkste lianen, namelijk de met groote, blauwe, klokvormige bloemen getooide A 1 p e 11 w i n g e r d , Atragene <tlpiiia• Toch neemt het aantal soorten vei bazend toe, als men de tropische luchtstreek nadert, en men zal niet ver van de waarheid verwijderd blijven, als men het aantal lianen in de tropen op 2000, dat in de gematigde luchtstreek op 200 schat, in arctische streken 'en in de boomlooze gebieden der liooge gebergten komen lianen niet voor. Merkwaardig is, dat het tropische Amerika bijna dubbel zooveel planten met klimmende stengels heeft als het tropische Azië. Brazilië en de Antillen zijn het rijkst aan deze planten.

Van de Fransche Antillen is ook liet mooie woord „liane afkomstig, dat nu in de meeste wereldtalen is opgenomen. Opmerkelijk is het, dat liet woord in de botanische kunsttaal nooit burgerrecht heeft gekregen. VN ij gebruiken wel de uitdrukking bij het schetsen der plantenwereld van een landstreek in het algemeen, maar in de beschrijving der afzonderlijke soorten wordt het vermeden. L)e verklaring zal wel daarin liggen, dat men onder „lianen" alleen slingerplanten verstaat met overblijvende, houtige stengels, maar dat er ook veel windende, rankende en klimmende planten zijn, die kruidachtige stengels bezitten en waarop liet woord liane dus niet toepasselijk is. Aan den anderen kant stemmen toch do slingerplanten met houtigen en die met kruidachtigen stengel in hunne levenswijze zoozeer overeen, dat ze te zamen moeten worden behandeld en dus ook het doelmatigst onder een gemeenschappelijken naam worden aangeduid. Wij noemen thans alle te zamen, onverschillig of ze houtig ot kruidachtig zijn, klimplanten en definiëeren den klimmenden stengel, caulis scandens, als dien, die enkel door t gebruik van vreemde steunsels in staat is, om zijn vrij uiteinde op groote hoogte boven den voedenden bodem een vasten stand te doen innemen.

Sluiten