Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

protoplasma van den zweepvormigen draad uit eigen kracht zich op de boven aangegeven wijze verlengt en verkort, zich buigt en in een cirkel beweegt. Wat het naakte protoplasma van zulk een wimperdraad verricht, dat kan ook de vereeniging van protoplasten in de enkelvoudige cellenrij van een Oscillariadraad volbrengen, en niets spreekt er tegen, dat ook in het omvangrijke celverband, waaruit de stengel van een windende plant bestaat, de aan den omtrek voortschrijdende spanningstegenstellingen, die als de draaiende beweging van het stengelgedeelte voor ons zichtbaar worden, op dezelfde wijze tot stand komen.

W aarom zou niet een deel der in gezellig verband levende en samen voor liet gedijen der geheele plant werkende protoplasten den arbeid op zich nemen, die in het miniem kleine eencellige organisme door een vooruitstekenden protoplasmadraad wordt verricht, en is het niet 't eenvoudigst zich voor te stellen, dat de levende protoplasten van bepaalde cellen r ij en aan den omtrek van den stengel de boven uiteengezette verlenging en verkorting, de voortgaande spanningstegenstellingen, in één woord de draaiende beweging van den ganschen stengeltop bewerken? Wat hen tot dien arbeid drijft, is even raadselachtig als de prikkel tot den aanleg van tusschenschotten in het inwendige eener cel, of tot de wonderlijke processen van afscheiding en opeenhooping in het protoplasma der slijmzwammen, die op blz. 252 werden geschetst. Wij zien wel, dat deze op verplaatsingen der kleinste deeltjes berustende processen slechts onder bepaalde uitwendige voorwaarden mogelijk zijn, maar niemand kan zeggen, dat de uitwendige omstandigheden aan de verrichtingen der levende protoplasten het eigenaardige karakter geven.

Een deel der windende planten, met name Hop, Kamperfoelie en Zwaluwtong, (Hininilus lupulus, Lonicera cuprifolium en Polygonum convolviiIiik) draaien hun stengels in een richting van 't Westen door het Noorden naar het Oosten en dan verder door het Zuiden weer naar het Westen, zooals de afbeelding op blz. 408 voor de hop laat zien, wat men rechts winden noemt; een ander gedeelte als bij voorbeeld de Turksche Boon en of Pronkers, l'haseolus multiflorus; de Haagwinde, Convolvulus sepium en veel soorten van Pijpbloemen, als Aristolochia sipho, draaien van het Westen door het Zuiden naar hot Oosten en van daar door het Noorden weer naar het Westen, 't geen links winden wordt genoemd. Uitwendige omstandigheden hebben op het inslaan dezer richtingen geen invloed. Of wij licht, warmte, vochtigheid van dezen of van genen kant laten werken, voor de richting der beweging is dat hetzelfde, altijd beschrijft de bedoelde soort dezelfde baan, de hop naar rechts, de boon naar links enz. Ook als het draaiende stuk aanhoudend in tegengestelde richting wordt aangebonden, 't is alles te vergeefsch; de plant laat zich geen andere richting opdringen, zij laat zich niet anders gewennen. Zij draait en windt op de haar aangeboren, van geslacht tot geslacht overgeërfde manier, en wij kunnen de verschillende richting der beweging enkel terugbrengen tot inwendige oorzaken, dus op de eigenaardige constitutie van liet levende protoplasma in de plant.

Sluiten