Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te vlechten tusschen de dooreen geslingerde takken van struik- of heestergewas, is hun onmogelijk; daarvoor zijn de ringvormige ranken op hun plaats, maar geen ranken met lange, slingerende draden, die daar öf hun bewegingen in t geheel niet zouden kunnen uitvoeren, öf als ze die volbrachten, toch het nagestreefd doel, namelijk het latere optrekken van den stengel, niet zouden bereiken.

De onderste leden der boven den grond komende jonge spruiten hebben geen ranken, en de stengels van deze spruiten worden door den turgor van hun

Ranken van de Witte Hopperank, Bryonia olba. Ziek blz. 419 en 420.

weefsels en daardoor alleen overeind gehouden. Bij vele soortenjdragen echter ook de zich terugslaande en dan horizontaal afstaande, stijve bladstelen of de eigenaardig als weerhaken gevormde bladschijven ertoe bij, de jonge loten als het ware aan de naburige planten op te hangen en ze overeind te houden. Voor de bovenste leden van de hooger en hooger opgroeiende plant zou echter deze steun niet voldoende zijn, en aan die hoogere stengelleden ontwikkelen 'zich dan ook ranken, die sterk in de lengte uitgroeien en hun wonderlijk spel beginnen. De draden van deze ranken, die aan^den top van de groeiende loot

Sluiten