Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen de dicht opeengedrongen jonge bladeren verborgen zijn en dikwijls als een spiraal zijn opgerold, verlengen zich buitengemeen snel, ontrollen zich, worden recht en steken dan ver boven de bladeren hun vangarmen uit. Alleen het uiterste puntje vertoont een nu zwakkere, dan sterkere haakvormige kromming, zooals hiernaast de afbeelding van de Witte Heggerank, Bryonia alba, laat zien. [Deze is éénhuizig, doch gelijkt overigens veel op de bij ons in 't wild voorkomende T weehuizige Heggerank, Bryonia dioica. \

Hebben die ranken hun volle lengte bereikt, dan beginnen ze in een wijden kring rond te draaien, precies als de groeiende punten van windende stengels. Ontmoeten ze dan bij deze beweging een tot steunsel geschikt voorwerp, dan wordt het door het haakvormig gebogen einde aangevat en omslingerd. De aanraking met liet vreemde lichaam werkt namelijk als prikkel op de rank; zij legt zich als een lus om het aangeraakte voorwerp, rolt zich dan als een spiraal op 011 trekt daardoor den stengel, die de rank heeft uitgezonden, schuin omhoog. Nu komt de volgende rank aan do beurt, dat is die, welke een stengellid hooger door den groeienden top van den rankenden stengel wordt uitgezonden. Zij gedraagt zich juist als de zoo pas beschreven eerste en wordt binnen korten tijd door een derde, vierde enz. afgelost. Indien een van deze ranken bij haar rondslingeren geen steun mocht vinden, doet dit er nog niet veel toe; de op elkander volgende ranken zijn zoo dicht bij elkander, dat de stengel toch volkomen regelmatig in de hoogte wordt getrokken en voor omvallen behoed is.

Als geheele rijen van ranken geen steunpunten vinden, dan zinkt de stengel in een boog naar den grond, wat ten gevolge kan hebben, dat daarbij een der nog steeds slingerende ranken een verderaf zijnden tak raakt, zich daaraan vasthoudt en hem als steunsel gebruikt. Is ook dat niet liet geval, dan kromt zich het eind van den in een boog neerhangenden stengel weer omhoog, strekt opnieuw slingerende ranken boven zijn top uit, en zoo gelukt het misschien toch nog, ergens in de buurt een vooruitstekend takje te grijpen, waarlangs hij weer in de hoogte kan komen. De wegen, die zulk oen rankende stengel inslaat, zijn daarom dikwijls wonderlijk ongeregeld nu eens omhoog, dan omlaag gericht, maar altijd blijft de stengel aan den omtrek van de als steunsel gebruikte heester, en nooit worden ook de meer naar binnen gelegen takken der steunende struiken of planten doorvlochten. Planten, welker rankende stengels zich sterk vertakken, kunnen de door hen gekozen steunsels als met een sluier overdekken, en als de klimplant groote bladeren heeft, wordt die sluier soms zoo dicht, dat men eerst bij nauwkeurig onderzoek ziet, welke plant het ongeluk had, als steun voor de klimmende stengels te moeten dienen.

De voorstelling van den groei, zooals ze boven werd gegeven, doet slechts licht vallen op die verschijnselen, die waargenomen worden bij alle met slingerende ranken toegeruste stengels; in de afzonderlijke gevallen heeft men nog tallooze bijzondere inrichtingen, welker uitvoerige beschrijving in het enge kader van dit werk onmogelijk zou wezen, zoodat slechts enkele der meest in 't oog vallende verschijnselen hier kunnen worden besproken.

Allereerst moet erop worden gewezen, dat in vele gevallen, bij voorbeeld

Sluiten