Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Groeit later de stengel in de dikte, dan wordt de hem vasthoudende spiraalveer zoo ver uitgerekt als juist noodig is. Zeer oude stengels hebben geen hechtorganen meer noodig; zij staan stevig en recht tegen den wand, waartegen ze zich als jonge stengels met hun ranken hebben opgetrokken, en die ranken zijn nu reeds lang verdord en afgevallen. Alleen de al hooger en hooger strevende jonge loten, hechten zich altijd weer op de boven beschreven wijze aan de onderlaag vast.

Thans komen wij tot de laatste van de op blz. 387 voor het eerst genoemde vijf groepen van klimmende stengels, namelijk die welke men den naam caulin radkans heeft gegeven en die wij de door hechtwortels klimmende stengels zouden kunnen noemen. Deze stengel blijft toch den bij 't groeien verkregen ruststand behouden door hechtwortels en hij gebruikt als steunsels de stammen van oude boomen, steile rotswanden en in cultuurstreken ook wel steenen muren en houten planken. Alle klimplanten van deze groep hebben tweeërlei wortels, namelijk wortels met wortelharen, waardoor ze vloeibaar voedsel opzuigen, en hechtwortels, die tot vasthechting aan het steunsel dienen. In de meeste gevallen zijn de functies van deze twee soorten van wortels streng gescheiden, zoodat een door hechtwortels klimmende stengel, al zou hij ook met duizend dier wortels aan een rots of op de schors van een boom zijn vastgehecht, toch sterft, als men hem, boven zijn andere, d. i. boven zijn gewone of zuigwortels doorsnijdt. In enkele gevallen echter nemen de hechtwortels ook de rol van zuigwortels op zich, waarbij natuurlijk wordt verondersteld, dat de onderlaag, waarop ze zich bevinden, in staat is, hun het noodige voedsel te leveren.

In menig opzicht komen de door hechtwortels klimmende stengels met de liet laatst besproken groep van rankende stengels overeen, allereerst hierdoor, dat de organen, die voor het vasthouden aan het steunsel zorgen, lichtschuw zijn, en dan ook daardoor, dat het hechten aan het steunsel geschiedt met behulp van een kleverige zelfstandigheid, die öf door de aangeraakte cellen wordt afgescheiden öf ten gevolge van verslijming uit de buitenste opperhuidlaag van deze cellen ontstaat.

De lichtschuwheid van hechtwortels is een allermerkwaardigste eigenschap. Of de stengel, welke de hechtwortels vormt, dicht tegen de onderlaag is gelegen of wel een heel eind daarvan is verwijderd, of hij langs een steenen muur omhoog groeit, of als slanke loot van een rotswand neerhangt en dan, niet zijn groeiend einde tegen een vooruitspringende deel stuitend, zijwaarts afwijkt en in horizontale richting voortgroeit, steeds komen de knobbeltjes, die den eersten aanleg van de hechtwortels vormen, aan den van 't licht afgekeerden kant van den stengel te voorschijn. En als deze kleine verhevenheden zich verder ontwikkelen en tot wortelvezels uitgroeien, is de richting, die zij bij hun groei volgen, steeds afgewend van het licht en toegekeerd naar den donkeren achterwand, of blijven die worteltjes geheel in de schaduw der groene bladeren, (zie op de afbeelding van blz. 271, in Deel I.)

Sluiten