Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tropische Aralia te houden, en zelfs ervaren plantenkenners kunnen door zulke planten op een dwaalspoor worden gebracht. Onwillekeurig wordt men bij den aanblik van die naar liet uiterlijk en naar den inwendigen bouw zoo verschillende, op elkander volgende spruiten van denzelfden stengel ook herinnerd aan de generatiewisseling, die bij de vaatcryptogamen valt op te merken, te meer daar de klimmende stengels, die voorafgaan aan de bovenste, rechtovereindstaande bloeiende takken, nooit bloemen en vruchten ontwikkelen, dus in zekeren zin een ongeslachtelijke generatie voorstellen.

Met verscheiden Indische soorten van Vijgen, welker stengels opklimmen tegen rotswanden en er zich tegen aanleggen met gordelvormige, vlakke, gedeeltelijk ook tot vlechtwerken vergroeide wortels, gaat het even zoo. Zij ontwikkelen, op den bovensten rand van een rotsmuur of op den top van een blok steen gekomen, een rechtovereindstaanden stengel met veel bladeren. De geheel anders gevormde bladeren van den over den rotswand voortgeklommen stengel zijn dan al lang afgevallen en spoorloos verdwenen. Over 't geheel is deze klimmende stengel, die de eerste generatie vertegenwoordigde, nauwelijks meer te herkennen; alleen de ervan uitgaande hechtwortels, die zich intusschen nog zeer hebben verdikt en uitgebreide vlechtwerken met groote mazen over de steenen vormen, trekken sterk de aandacht.

Wie de ontwikkelingsgeschiedenis van deze Ficussoorten niet kent, meent, dat de op den top van een steenblok of in de spleet van een rotswand recht overeindstaande stengels op die plaats, waar ze in de lucht oprijzen, ook ontkiemden en dat ze van daar uit een net van luchtwortels over de steenen naar beneden hebben afgezonden. Deze voorstelling moet zich welbij ieder opdringen welke op de afbeelding, welke tot opschrift draagt: „Ficus, met vlechtwerkvormende hechtwortels" (tegenover blz. 436), de beide op den achtergrond aan de linkerzijde zichtbare vijgenboomen beschouwt. Toch is die voorstelling niet in overeenstemming met den feitelijken ontwikkelingsgang. Do vlechtwerkvormende, tegen de steenen aangedrukte wortels werden niet uitgezonden door het erboven oprijzend boompje, maar zijn te hunner tijd door den klimmenden stengel ontwikkeld, die met hun hulp de hoogte heeft beklommen, en eenmaal daar aangeland, tot een rechtopstaanden, zich vrij in de lucht verheffenden stengel uitgroeide.

Rechtopstaande stengels.

Wij gebruiken voor de meest in 't oog vallende vormen van rechtopstaande stengels de in den volksmond gebruikelijke benamingen van tronk, halm, stengel en stam, waarvan wel ieder meent te weten, wat ze beteekenen en die ook tot de taal der wetenschap toegang hebben gekregen, maar die, als men nader toeziet, toch niet volkomen geschikt zijn voor de nomenclatuur van

Sluiten